• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zaterdag 20 mei 2017

Bas Heijne's Propaganda 15


Populations will endure the repression of tyrants, as long as these rulers continue to manage and wield power effectively. But human history has demonstrated that once those in positions of power become redundant and impotent, yet insist on retaining the trappings and privileges of power, their subject populations will brutally discard them.

Such a fate awaits the liberal class, which insists on clinging to its positions of privilege while at the same time refusing to play its traditional role within the democratic state. The liberal class has become a useless and despised appendage of corporate power. And as corporate power pollutes and poisons the ecosystem and propels us into a world where there will be only masters and serfs, the liberal class, which serves no purpose in the new configuration, is being abandoned and discarded. The death of the liberal class means there is no check to a corporate apparatus designed to enrich a tiny elite and plunder the nation. An ineffectual liberal class means there is no hope, however remote, of a correction or a reversal. It ensures that the frustration and anger among the working and middle classes will find expression outside the confines of democratic institutions and the civilities of a liberal democracy.
Chris Hedges. Death Of The Liberal Class.  2011.

Het blijft verbazingwekkend te zien hoe mainstream-journalisten als schapen achter elkaar aan hobbelen in een richting die ze niet kennen. Ze zoeken niet naar de werkelijkheid, maar naar bevestiging. Daardoor vormt het conformisme van de massamedia een ernstige bedreiging van de mensheid. Om hun bestaan te rechtvaardigen pretenderen de woordvoerders van de elite 'onafhankelijk' te zijn en ‘objectief,’ maar in de praktijk overschrijden ze zelden tot nooit de grenzen van de officiële consensus. De Amerikaanse geleerden Chomsky en Edward concludeerden na een omvangrijk onderzoek:

In contrast to the standard conception of the media as cantankerous (kritisch. svh), obstinate, and ubiquitous in their search for truth and their independence of authority, we have spelled out and applied a propaganda model that indeed sees the media as serving a ‘societal purpose,’ but not that of enabling the public to assert meaningful control over the political process by providing them with the information needed for the intelligent discharge of political responsibilities. On the contrary, a propaganda model suggests that the ‘societal purpose’ of the media is to inculcate and defend the economic, social, and political agenda of privileged groups that dominate the domestic society and the state. The media serve this purpose in many ways: through selection of topics, distribution of concerns, framing of issues, filtering of information, emphasis and tone, and by keeping debate within the bounds of acceptable premises.

Een ieder die zich niet aan de consensus houdt, wordt al vrij snel gemarginaliseerd. Dissidente visies worden op een indirecte of, zo nodig, directe manier uit de berichtgeving gefilterd. Dat begint al bij de sollicitatie. Na ruim 400 pagina’s concluderen beide wetenschappers in hun boek Manufacturing Consent. The political economy of the Mass Media (1988):

As we have stressed throughout this book, the U.S. media do not function in the manner of the propaganda system of a totalitarian state. Rather, they permit -- indeed, encourage -- spirited debate, criticism, and dissent, as long as these remain faithfully within the system of presuppositions and principles that constitute an elite consensus, a system so powerful as to be internalized largely without awareness. No one instructed the media to focus on Cambodia and ignore East Timor. They gravitated naturally to the Khmer Rouge and discussed them freely -- just as they naturally suppressed information on Indonesian atrocities in East Timor and U.S. responsibility for the aggression and massacres. In the process, the media provided neither facts nor analyses that would have enabled the public to understand the issues or the bases of government policies toward Cambodia and Timor, and they thereby assured that the public could not exert any meaningful influence on the decisions that were made. This is quite typical of the actual ‘societal purpose’ of the media on matters that are of significance for established power; not ‘enabling the public to assert meaningful control over the political process,’ but rather averting any such danger. In these cases, as in numerous others, the public was managed and mobilized from above, by means of the media's highly selective messages and evasions. As noted by media analyst W. Lance Bennett: ‘the public is exposed to powerful persuasive messages from above and is unable to communicate meaningfully through the media in response to the messages... Leaders have usurped enormous amounts of political power and reduced popular control over the political system by using the media to generate support, compliance, and just plain confusion among the public.’

De voormalige hoofdredacteur van Trouw en Vrij Nederland Frits van Exter waarschuwde dan ook dat ‘[l]ezers wantrouwend [horen] te zijn tegenover de media,’ aangezien[d]e aandacht van de media natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd wordt’ door ‘de politieke machten.’ En dit ‘werkt voor een deel reflexmatig. Reflexen zijn het, je bent daar geconditioneerd in.’ Bovendien is de grootste inkomstenbron van de kranten de reclamegelden en wordt de berichtgeving dus tevens gestuurd door de economische elite. Zelfs de tot voor kort bekendste woordvoerder van het establishment, wijlen Henk Hofland, moest bekennen dat de Volkskrant en NRC Handelsblad ‘handelswaar’ zijn, hetgeen ‘[o]nafhankelijkheid’ logischerwijs onmogelijk maakt. Herman en Chomsky:

Given the imperatives of corporate organization and the workings of the various filters, conformity to the needs and interests of privileged sectors is essential to succes. In the media, as in other major institutions, those who do not display the requisite values and perspectives will be regarded as ‘irresponsible,’ ‘ideological,’ or otherwise aberrant, and will tend to fall by the wayside. While there may be a small number of exceptions, the pattern is pervasive, and expected. Those who adapt, perhaps quite honestly, will then be free to express themselves with little managerial control, and they will be able to assert, accurately, that they perceive no pressures to conform. The media are indeed free -- for those who adopt the principles required for ‘societal purpose.’

Daar komt nog een ander problematisch element bij:

The technical structure of the media virtually compels adherence to conventional thoughts; nothing else can be expressed between two commercials, or in seven hundred words, without the appearance of absurdity that is difficult to avoid when one is challenging familiar doctrine with no opportunity to develop facts or argument... The critic must also be prepared to face a defamation apparatus against which there is little recourse, an inhibiting factor that is not insubstantial... The result is a powerful system of induced conformity to the needs of privilege and power. In sum, the mass media of the United States are effective and powerful ideological institutions that carry out a system-supportive propaganda function by reliance on market forces, internalized assumptions, and self-censorship, and without significant overt coercion. This propaganda system has become even more efficient in recent decades with the rise of the national television networks, greater mass-media concentration, right-wing pressures on public radio and television, and the growth in scope and sophistication of public relations and news management.

Over al deze zaken zwijgen mijn mainstream-collega’s. Ondertussen wordt wat ‘nieuws’ is, uiteindelijk bepaald door de politieke en economische machten die, nauwelijks merkbaar. Hoflands ‘politiek-literaire elite’ aansturen. En zo sluit de cirkel zich. Zelfgenoegzaamheid en pedanterie zijn daarbij de meest in het oog vallende kenmerken. Door de vloedgolf aan triviale informatie komt bijna niemand toe aan het nader bestuderen van teksten. Daardoor kon Hofland onweersproken blijven suggereren dat de commerciële pers een hoeksteen is van de ‘democratie.’ Tegelijkertijd constateerde hij dat de 'vrije pers' haar taak verzaakte, te weten ‘het hinderlijk volgen van de gezagsdragers.’ Het was opnieuw één van die ontelbare voorbeelden van de pretenties en interne tegenstrijdigheden van de commerciële journalistiek. Waarom verzaakt de mainstream pers haar taak? Wat zijn de oorzaken? Hofland zweeg erover. Wanneer men zijn humbug tegen het licht hield werd duidelijk dat er slechts sprake was van kapsones. Die moesten de schijn ophouden dat de ‘vrije pers’ onafhankelijk en objectief is. Ook het volgende fragment toont de vaak chaotische redenering van de mainstream pers. Opnieuw H.J. A. Hofland:

Stel je voor dat we acht jaar geleden een WikiLeaks hadden gehad, terwijl met leugens en vergissingen de aanval op Irak werd voorbereid (en onze medeplichtigheid daaraan). Had de wereldgeschiedenis dan een andere wending genomen?

De vraag was absurd voor een journalist en opiniemaker die eerder had gesteld dat alleen door de juiste informatie van de ‘politiek-literaire elite’ en het ‘hinderlijke volgen’ van de autoriteiten het publiek ‘tot een gefundeerd oordeel’ kon komen. De conclusie moest dus zijn dat juist door ‘onze medeplichtigheid’ de ‘wereldgeschiedenis’geen ‘andere wending’ kon nemen. De voormalige deken van de prestigieuze Berkeley Graduate School of Journalism, Ben Bagdakian, die als journalist van de Washington Post de Pentagon Papers van Daniel Elsberg onthulde, schreef dat de vertekening van de werkelijkheid door de mainstream-media ‘does not merely protect the corporate system. It robs the public of a chance to understand the real world.’ Het is geenszins overdreven te stellen dat Walter Lippmann's 'manufacturing of consent' heeft geleid tot 

a powerful system of induced conformity to the needs of privilege and power. In sum, the mass media of the United States are effective and powerful ideological institutions that carry out a system-supportive propaganda function by reliance on market forces, internalized assumptions, and self-censorship, and without significant overt coercion. This propaganda system has become even more efficient in recent decades with the rise of the national television networks, greater mass-media concentration, right-wing pressures on public radio and television, and the growth in scope and sophistication of public relations and news management.

In Vrij Nederland van woensdag 25 januari 2012 verklaarde opiniemaker Bas Heijne dat ‘[u]it mijn soort column een morele betrokkenheid [moet] spreken die absoluut oprecht is.’ Dus wanneer hij stelt dat de VS ‘een in alle opzichten superieure’ natie is, dan moet de lezer aannemen dat Bas ‘een morele betrokkenheid’ demonstreert ‘die absoluut oprecht is.’   Maar wat betekent dit? Hoe kan Heijne’s ‘morele betrokkenheid’ werkelijk ‘absoluut oprecht’ zijn wanneer Henry Kissinger in 2015 ervoor waarschuwde dat ‘breaking Russia has become an objective’ voor de Amerikaanse elite? Wat stelt die ‘absoluut oprechte morele betrokkenheid’ van Heijne voor, wanneer de westerse suïcidale politiek het gevaar van een nucleair armageddon dichterbij brengt? Wat doet ‘de beste in zijn vak’anders dan het conformeren aan ‘the needs and interests of privileged sectors’ dat in het huidige systeem ‘essential to succes’ is? In hetzelfde VN-interview vertelt Heijne:

Bij een essay werk je een idee echt uit. Bij columns hoeft dat niet. Een essay is een zoektocht, waarbij je twijfel moet toelaten. Columns zie ik als optreden, als een performance. 

Dcolumn als pose, een optreden voor een onzichtbaar ‘publiek’ in ‘een donkere zaal’ en ‘[d]at is een beetje een spagaat: ik wil een gedachtegang uitwerken, terwijl het tegelijkertijd iets stand-up-achtigs heeft. Columnistiek is vaak preken voor eigen parochie.’  Heijne voegde hieraan toe: 

Toen ik opgroeide had je in De Telegraaf columns van Leo Derksen. Van hem werd altijd geroepen: ‘Hij weet het zo goed te zeggen.’ Waarom? Omdat hij precies verwoordde wat de lezers ook al dachten. Dat kleeft columns aan. Ik wil de dingen zo veel mogelijk open houden. Doorvragen bij mezelf. Niet meteen partij kiezen en alles vanuit die ene kant belichten. De basisvraag die door al mijn columns heen klinkt is: ‘Maar ís dat eigenlijk wel zo?’

Moet de lezer nu aannemen dat Bas in zijn betoog dat de VS ‘in alle opzichten superieur’ is, de vraag laat doorklinken ‘[m]aar is dat eigenlijk wel zo?’ Waarom dan toch die stelligheid waarmee hij gemakkelijk aantoonbare nonsens verspreidt? Het klinkt allemaal intellectueel weloverwogen wanneer hij op de vraag ‘Is de vorm even belangrijk als de inhoud?’ antwoordt dat de ‘inhoud minstens zo belangrijk’ is, en dat het ‘pas echt interessant [wordt] als mensen zichzelf onder het mes durven te nemen,’ en ‘het uiteindelijk veel relevanter [is] om te onderzoeken hoe legitiem de emoties’ zijn, kortom dat het ‘pas echt spannend [wordt] als je tegen jezelf in probeert te denken,’ maar denkt Heijne werkelijk tegen zichzelf in, of meende Bas wat hij schreef toen hij hevig geëmotioneerd amper vier dagen na de tragedie van de MH17 zonder enig bewijs verkondigde dat ‘[d]e terreurdaad met het vliegtuig van Malaysia Airlines het moment [is] voor Nederland om eens te stoppen met zijn knuffelhouding tegenover Rusland’? Naar aanleiding van zijn P.C. Hoofdprijs zegt hij tegenover een NRC-interviewster ‘helemaal’ te zijn ‘gestopt’ met het schrijven van romans omdat ‘Fictie voor mij steeds meer als een omweg [voelde].’ Vreemd genoeg stelt Heijne in hetzelfde interview te hopen

dat ik als de beschouwer die ik nu ben toch de blik van de romancier heb behouden. Ik zoek naar de motieven achter de argumenten, die zijn oneindig veel interessanter. Angst, jaloezie, wraakzucht, woede. Achter de argumenten gaat de echte wereld schuil — het terrein van de literatuur.


De performer Bas Heijne‘Uit mijn soort column moet een morele betrokkenheid spreken die absoluut oprecht is.’ 


De ‘powerduider pur sang’ wil van alles wat, een beetje artistiek lijken en toch de stem zijn van de Hollandse elite, ‘[f]ictie’ een omweg beschouwen, maar tegelijkertijd de indruk willen vestigen dat hij als opiniemaker ‘het terrein van de literatuur’ bewandelt. In werkelijkheid speelt hij de rol van de poseur die in zijn eigen aanstellerij is gaan geloven, een ijdeltuit met een afgezakte broek. In reactie op de mening van de interviewster van de‘kwaliteitskrant’ dat ‘[l]iteratuur er ook minder toe [doet] dan vroeger,’ reageert hij ietsje te gretig met: ‘[d]at heb ik ook gezegd in een essay,’ om te benadrukken dat het voor hem als journalist ‘gaat om de Anklang die literatuur heeft, de positie ervan in de samenleving,’ dus letterlijk om de ‘goedkeuring’ van zijn peergroup en natuurlijk van het grote publiek. Bas Heijne’s houding past precies in de omschrijving die de auteur Milan Kundera van kitsch gaf:

Het woord kitsch verwijst naar de houding van degene die tot elke prijs zoveel mogelijk mensen wil behagen. Om te behagen dien je je te conformeren aan wat iedereen wenst te horen, in dienst te staan van de pasklare ideeën, in de taal van de schoonheid en de emotie. Hij beweegt ons tot tranen van zelfvertedering over de banaliteiten die wij denken en voelen.

De werkwijze van de Bas past naadloos in de beschrijving die Kundera geeft:

Op grond van de dwingende noodzaak te behagen en zo de aandacht van het grootst mogelijke publiek te trekken, is de esthetiek van de massamedia onvermijdelijk die van de kitsch en naarmate de massamedia ons gehele leven meer omsluiten en infiltreren, wordt de kitsch onze dagelijkse esthetiek en moraal.

Misschien wel het toppunt, of beter nog, dieptepunt van Heijne’s kitsch is zijn gekoketteer met het literaire wereldje. Zo vertelt hij:  

Gerrit Komrij – hij zat in een VPRO-forum en ik zat daar in mijn zwart fluwelen jasje, met die krullen, dat was meteen… Puur keurig hoor. Gerrit heeft zich altijd keurig gedragen,

kennelijk in de overtuiging dat de kwaliteitslezer hunkert naar ontboezemingen over zijn seksuele avonturen. Heijne looft niet de grootsheid van de ander, maar reduceert hem tot een anecdote in één van zijn vele trivialiteiten. Over één van de interessantste Nederlandse auteurs uit de babyboom-generatie, Frans Kellendonk weet hij alleen te vertellen: ’Ik heb één nacht met hem geslapen, begin jaren tachtig, wel safe, maar safe avant la lettre.’ Het zal voor Bas — net fris uit de polder in Amsterdam neergestreken — ongetwijfeld een verpletterende belevenis zijn geweest, maar om ruim drie decennia na dato daarvan kond te doen, zonder iets boeiends te vertellen over de diepzinnigheid van Kellendonk is toch wel heel erg beschamend voor iemand die zelf literaire pretenties erop nahoudt. Heijne merkt terloops op: ‘Je wordt een beetje een courtisane,’ en de lezer kan zich daarbij wel iets voorstellen, een schandknaapje die op ‘oude foto’s’ op ‘een cherubijn’ lijkt, of zoals Bas zelf zei: een ‘engeltje, ja,’ een tweederangs engeltje weliswaar, maar toch. Het zijn dit soort banaliteiten die Heijne’s verhaal in kitsch veranderen. En dan krijgt men dit soort gezever:

Heijne: Mensen die klagen dat ze niet gehoord worden, zijn eigenlijk niet bereid om te luisteren. Men wil zenden. 

Interviewster: U zendt ook.

Heijne: ’Ja, dus ik begrijp het wel,’

maar vervolgens zwijgt het oude ‘engeltje’ over een mogelijk wezenlijke verschil tussen hem en de andere ‘[m]ensen die klagen.’ Doordat hij op zijn hoede blijft, en de interviewster niet door zijn pantser weet heen te breken, blijft ook het interview oppervlakkig. 

Interviewster: Vorig jaar heeft u een tijdje geen columns geschreven. Wat was er?

Heijne: Soms is daar die sissende slang die zegt: je kunt het ook niet doen. Die columns, wat blijft ervan over? Alles verdwijnt in het zwarte gat.

De voor de hand liggende vragen zouden zijn geweest: waarom bent u dan weer met het schrijven van columns begonnen? Kon u niet zonder de aandacht? Bent u ‘eigenlijk niet bereid om te luisteren’? Wilt u alleen maar ‘zenden’? Wat drijft een opiniemaker anders dan manifestatiedrang wanneer hij weet dat ‘[a]lles in het zwarte gat [verdwijnt]’? Die vragen waren juist ook zo vanzelfsprekend omdat Heijne zelf poneerde dat ‘[h]et leven niet [draait] om de vraag of de integratie al dan niet gelukt is en of Ard van der Steur al dan niet moet aftreden, het terrein waar ik nu op zit — dat van de meningen en de stellingnames en de analyses.’  Heijne droomt van het scheppen van literatuur, het grootse in het kleine beschrijven, maar weet dat hij daar niet toe in staat is. Daarom zegt hij: 

Het is Zwanenburg en het is Heart of Darkness. De onderliggende gewelddadigheid die juist in de verdoving en de leegheid naar boven kan komen. In Zoetermeer was er een man die een afspraak had met een Poolse webcamgirl. Hij had haar niet verteld dat hij een vrouw en kinderen had. Toen raakte hij zo in paniek dat hij hen heeft vermoord. Hij gaf ze op als vermist, later heeft hij de politie nog helpen zoeken, en dat hele weekend bracht hij met dat meisje door. Het bloed op de muren had hij afgeplakt met tekeningen van zijn kinderen. Ik ben naar het hoger beroep in zijn zaak gegaan, tot mijn verrassing kon je daar gewoon heen. Ik zag een doodgewone man.

Interviewster: De banaliteit van het kwaad.

Heijne: Een mens kan zo gemakkelijk ontsporen. Dat fascineert me enorm.


Wil Heijne iets toevoegen aan al het scherpzinnige dat Hannah Arendt en andere denkers hierover geschreven hebben? Hij suggereert van wel. Maar uit zijn mond klinken de woorden als die van een kleine, huiverende man, gebiologeerd door het feit dat de ‘mens zo gemakkelijk’ in een monster kan veranderen, want tegelijkertijd kwalificeert hij de Verenigde Staten als het ‘in alle opzichten superieure Amerika.’ Het is een paradox, aangezien het illegale ‘shock and awe’ geweld van ‘Amerika’ een in het oog lopend signaal is van het ‘gemakkelijk ontsporen.’ Maar de Amerikaanse oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Vietnam, Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, enzovoorts ziet hij als manifestaties van het ‘superieure Amerika.’ De westerse terreur weerhoudt hem niet lovend te spreken over ‘het naoorlogse verlichtingsdenken.’ Daarom schroomt hij ook niet ‘het op de idealen van de Verlichting gebaseerde wereldbeeld van Obama’ te prijzen, terwijl

[l]ooking back at President Obama’s legacy, the Council on Foreign Relation’s Micah Zenko added up the defense department’s data on airstrikes and made a startling revelation: in 2016 alone, the Obama administration dropped at least 26,171 bombs. This means that every day last year, the US military blasted combatants or civilians overseas with 72 bombs; that’s three bombs every hour, 24 hours a day… US bombs also rained down on people in Afghanistan, Libya, Yemen, Somalia and Pakistan. That’s seven majority-Muslim countries.  

 Ander voorbeeld van Obama’s 'Verlichtingsidealen':

One bombing technique that President Obama championed is drone strikes. As drone-warrior-in-chief, he spread the use of drones outside the declared battlefields of Afghanistan and Iraq, mainly to Pakistan and Yemen. Obama authorized over 10 times more drone strikes than George W. Bush, and automatically painted all males of military age in these regions as combatants, making them fair game for remote controlled killing. 


Feit is ook dat Obama de eerste president was in de Amerikaanse geschiedenis die zijn gehele presidentschap van acht jaar oorlog voerde. En

[w]hat does the administration have to show for eight years of fighting on so many fronts? Terrorism has spread, no wars have been ‘won’ and the Middle East is consumed by more chaos and divisions than when candidate Barack Obama declared his opposition to the invasion of Iraq. 

Zo weet het verlichte lezerspubliek van de NRC dat door Obama's 'banality of evil,' waarbij  ‘untold numbers of foreign lives have been snuffed out,’ gezien moet worden als een 'Verlichtingsideaal' bij uitstek. En dat, terwijl

[w]e have no idea how many civilians have been killed in the massive bombings in Iraq and Syria, where the US military is often pursuing Isis in the middle of urban neighborhoods. We only sporadically hear about civilian killings in Afghanistan, such as the tragic bombing of the Doctors Without Borders hospital in Kunduz that left 42 dead and 37 wounded. 

Pushed to release information about civilian deaths in drone strikes, in July 2016 the US government made the absurd claim it had killed, at most, 116 civilians in Pakistan, Yemen, Somalia and Libya between 2009 and 2015. Journalists and human rights advocates said the numbers were ridiculously low and unverifiable, given that no names, dates, locations or others details were released. The London-based Bureau of Investigative Journalism, which has tracked drone strikes for years, said the true figure was six times higher. 

Given that drones account for only a small portion of the munitions dropped in the past eight years, the numbers of civilians killed by Obama’s bombs could be in the thousands. But we can’t know for sure as the administration, and the mainstream media, has been virtually silent about the civilian toll of the administration’s failed interventions. 

In May 2013, I interrupted President Obama during his foreign policy address at the National Defense University. I had just returned from visiting the families of innocent people killed by US drone attacks in Yemen and Pakistan, including the Rehman children who saw their grandmother blown to bits while in the field picking okra. 

Speaking out on behalf of grieving families whose losses have never been acknowledged by the US government, I asked President Obama to apologize to them. As I was being dragged out, President Obama said: ‘The voice of that woman is worth paying attention to.’
Too bad he never did.

Al zijn gekte werd vandaag, donderdag 18 mei 2017, beloond met de P.C. Hooftprijs en wel omdat volgens de jury, Heijne ‘schrijft als een denker én denkt als een lezer.’ Met andere woorden: zijn meningen wijken niet af van die van de doorsnee ‘lezer,’ die, zo impliceert de jury, eveneens denkt als ‘een denker,’ waarmee nog eens onderstreept wordt dat het establishment nooit sterk is in logisch redeneren. Waarom zou de gevestigde orde via Bas Heijne de modale lezer willen prijzen? Die moet juist worden geïnformeerd en niet worden bevestigd in zijn onwetendheid. Maar dit is Nederland in optima forma, het land waarin, volgens Johan Huizinga, ‘[h]ypocrisie en farizeïsme’ telkens weer ‘individu en gemeenschap’ belagen, en het niet ‘valt te ontkennen, dat de Nederlander, alweer in zekere burgerlijke gemoedelijkheid, een lichte graad van knoeierij of bevoorrechting van vriendjes zonder protest verdraagt.’ Het is ook niet verwonderlijk dat Heijne vanwege het gebrek aan ‘Anklang' van de literatuur, de ‘goedkeuring’ zoekt van het omvangrijke media-publiek voor zijn ‘meningen, stellingnames en analyses.’ Het demonstreert andermaal dat Heijne’s zienswijze fundamenteel verschilt van die van een literator. Zo zette de man tegen wie Heijne opkijkt, de auteur Frans Kellendonk, uiteen: 

Voor de schrijver is ethiek iets persoonlijks. De journalist preekt een publieke moraal. Ethiek betekent voor het 'ik': het kwaad in zichzelf onderkennen. Zonder die twijfel zou zijn denken geautomatiseerd en dus niet meer creatief zijn. De eerste impuls tot een verhaal krijgt een schrijver wanneer hij het met zichzelf oneens is. Twijfel en geloof zijn voor hem complementaire tegengestelden.

Daarnaast wees deze, in de ogen van Bas, fysiek ‘heel mooie jongen’ erop dat de ‘publieke opinie geen “ik” [kende],’ en dat voor de journalistiek

[t]wijfel en geloof haar beide wezensvreemd [zijn]. Ze is extravert. Zelfkritiek is in haar ogen ziekelijke zelfkwellerij. Ze doet aan zelfrechtvaardiging. Om haar eigen voortreffelijkheid aan te tonen zoekt ze een tegenstander die ze met modder kan bekogelen. Kritiek is voor haar etikettering, nooit discussie. Een idee is voor haar een dogma of een ketterij. Het staat altijd in het gelid van een partijprogramma, dat weer in het gelid staat van een ideologie. Het draagt een geweer en daarom moet ze het wel partijdig bejegenen. 


Op zijn beurt wierp de auteur Milan Kundera tijdens een lezing in 1983 in het ‘in alle opzichten superieure Amerika,’ de vraag op waar de obsessieve drang van de Amerikaanse elite vandaan kwam om de wereld te willen overheersen: 

Om rijker te zijn? Gelukkiger? Nee. De agressiviteit van het geweld is volmaakt ongeïnteresseerd, ongemotiveerd, ze wil alleen maar haar willen; ze is het zuiver irrationele. Kafka en Hasek confronteren ons... met deze reusachtige paradox: gedurende het tijdperk van de Moderne Tijd vernietigde de cartesiaanse rede één voor één alle uit de middeleeuwen geërfde waarden. Maar op het moment van de totale overwinning van de rede maakt het zuiver irrationele (het geweld dat niet meer wil dan z'n willen) zich meester van het wereldtoneel, omdat er geen enkel aanvaard waardesysteem meer is dat het in de weg zou kunnen staan.

Vanuit dit doorleefde inzicht wordt begrijpelijk waarom de mainstream-journalistiek niets anders te bieden heeft dan propaganda voor het heersende systeem, welk systeem dit ook moge zijn. Daarbij is het, zo verklaarde Kundera,

niet zo belangrijk dat in de verschillende organen van de media de verschillende politieke belangen tot uiting komen. Achter het uiterlijke verschil heerst een en dezelfde geest. Je hoeft de Amerikaanse en Europese opiniebladen maar door te kijken, van rechts zowel als links, van Time tot Der Spiegel: in al die bladen tref je dezelfde kijk op het leven aan, die zich in dezelfde volgorde waarin hun inhoudsopgave is opgebouwd weerspiegelt, in dezelfde rubrieken, dezelfde journalistieke aanpak, dezelfde woordkeus en stijl, in dezelfde artistieke voorkeuren en in dezelfde hiërarchie van wat ze belangrijk en onbeduidend achten. De gemeenschappelijke geestesgesteldheid van de massamedia, die schuilgaat achter hun politieke verscheidenheid is de geest van de tijd.

Aldus plaatst de van origine Tsjechische ‘romancier’ de simplistische kijk op de werkelijkheid van de journalistiek lijnrecht tegenover de complexiteit van de roman, met al haar subtiele gelaagdheden. Die fundamentele kloof tussen literatuur en journalistiek is niet van de laatste tijd. Ook Gustave Flaubert verafschuwde het simplisme en de demagogie van de pers. In 1866 schreef de Franse auteur in een brief aan een bevriende dame: 

U heeft het over de verdorvenheid van de pers; die maakt mij zo doodziek dat kranten me een regelrechte lichamelijke walging bezorgen. Ik lees liever helemaal niets dan die verfoeilijke lappen papier. Maar men doet al het mogelijke om er iets belangrijks van te maken. Men gelooft erin en men is er bang voor. Dat is de wortel van het kwaad. Zolang de eerbied voor het gedrukte woord niet uit de wereld is geholpen, komen wij geen stap verder. Breng het publiek de liefde voor het grote bij en het zal de kleine dingen in de steek laten, of liever gezegd het zal de kleine dingen zichzelf laten uitschakelen. Ik beschouw het als een van de gelukkigste omstandigheden van mijn leven dat ik niet in kranten schrijf. Het doet mijn beurs geen goed, maar mijn geweten vaart er wel bij en dat is het voornaamste.

Vijf jaar later liet hij in een brief aan George Sand weten: 

De hele droom van de democratie bestaat uit het verheffen van de proletariër tot het domheidspeil van de burgerman. Die droom is al gedeeltelijk verwezenlijkt. Hij leest dezelfde kranten en heeft dezelfde hartstochten.

Wat Bas Heijne ook nooit begrepen heeft is de fundamentele kritiek die de kunsten altijd al op het Verlichtingsgeloof heeft gehad. Zo wees Kundera erop dat Flaubert eerder dan wie ook besefte dat ondanks het geloof in de 'Vooruitgang' de dwaasheid niet zou wijken, een feit dat

de grootste ontdekking was van een eeuw die zo trots was op haar wetenschappelijke rede... de dwaasheid vervaagt niet ten overstaan van de wetenschap, de techniek, de vooruitgang of het moderne, integendeel, met de vooruitgang gaat ook zij vooruit! […] de moderne dwaasheid betekent niet de onwetendheid, maar de gedachteloosheid van pasklare ideeën... De flaubertiaanse ontdekking is voor de toekomst van de wereld belangrijker dan de meest schokkende gedachten van Marx of Freud. Want je kunt je de toekomst wel voorstellen zonder de klassenstrijd of zonder de psychoanalyse, maar niet zonder de onweerstaanbare opkomst van pasklare ideeën die, ingevoerd in computers, gepropageerd door de massamedia, het gevaar met zich meebrengen binnenkort een macht te worden die elk oorspronkelijk en individueel denken verplettert en zo de werkelijke essentie van de Europese cultuur van onze tijd verstikt. Zo'n tachtig jaar nadat Flaubert zijn Emma Bovary bedacht had, in de jaren dertig van de vorige eeuw, zal een ander groot romancier, Hermann Broch, spreken over de heroïsche inspanningen van de moderne roman die zich verzet tegen de golf van kitsch, maar er tenslotte door gevloerd zal worden. Het woord kitsch verwijst naar de houding van degene die tot elke prijs zoveel mogelijk mensen wil behagen. Om te behagen dien je je te conformeren aan wat iedereen wenst te horen, in dienst te staan van de pasklare ideeën, in de taal van de schoonheid en de emotie. Hij beweegt ons tot tranen van zelfvertedering over de banaliteiten die wij denken en voelen. Na meer dan vijftig jaar wordt de kernspreuk van Broch nu alleen nog maar meer waar. Op grond van de dwingende noodzaak te behagen en zo de aandacht van het grootst mogelijke publiek te trekken, is de esthetiek van de massamedia onvermijdelijk die van de kitsch en naarmate de massamedia ons gehele leven meer omsluiten en infiltreren, wordt de kitsch onze dagelijkse esthetiek en moraal.

Vanuit dit perspectief is de vraag belangrijk: welke boodschap heeft Bas Heijne voor de wereld? Kort samengevat is de essentie eenvoudigweg dat ‘wij,’ in de wereld van het Kwaad levend, telkens het slachtoffer dreigen te worden van ‘onze’ al dan niet vermeende vijanden. Zijn manicheïsch mens- en wereldbeeld leidde onvermijdelijk tot de mentaliteit van het slachofferisme, het gecultiveerde slachtofferschap als valse identiteit en als politiek wapen. Het was de dichter W.H. Auden die besefte dat het slachtofferschap en de verlossing diep verankerd liggen in de christelijke cultuur van Europa en de VS. Precies een kwarteeuw geleden waarschuwde de juriste en rechtsfilosofe Heikelien Verrijn Stuart voor het gegeven dat: 

Slachtofferisten via erkenning of genoegdoening uit [zijn] op macht. Een macht die zij menen te hebben verdiend door een onschuld, die is geconstrueerd door hun slachtofferschap. 

Zij keerde zich tegen met name 'het excuus dat het slachtofferschap bood om zich niet verantwoordelijk te hoeven voelen.' Een paar jaar nadien wees de Duitse filosoof Peter Sloterdijk erop dat: 

Verantwoordelijkheid steeds lager [wordt] ingeschat, terwijl het slachtofferschap steeds hoger wordt gewaardeerd. Het is een ontwikkeling die buitengewoon gevaarlijk is voor onze samenleving. Deze slachtofferistische manier van denken is de belangrijkste vorm van ressentiment geworden… Het slachtofferisme, het verleidelijke gevoel slachtoffer te zijn, kan men overal om ons heen waarnemen, en is een extreem morele kracht geworden. 

De in asiel levende joods-Russische dichter, wijlen Joseph Brodsky, adviseerde vlak voor zijn dood in zijn laatste essaybundel On Grief and Reason (1987)

Probeer ten koste van alles te vermijden dat je jezelf de status van slachtoffer toestaat… probeer te onthouden dat menselijke waardigheid een absoluut begrip is… Bedenk tenminste, als dat andere je te hoogdravend in de oren klinkt, dat je door jezelf als slachtoffer te beschouwen alleen maar het vacuüm vergroot dat door gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid ontstaat en dat demonen en demagogen zo graag opvullen.

Het fundamentele probleem is dat de slachtofferist er voetstoots van uitgaat dat hij (of zij) nooit zelf handelt, dus per definitie meent altijd onschuldig te zijn. Juist naar die onschuld is het slachtoffer op zoek. Het gevoel onschuldig te zijn vormt de kern van zijn identiteit. Vandaar dat hij niet anders kan dan zich fanatiek vastklampen aan zijn gecultiveerde slachtofferrol. Schuldig is altijd de ander. Hij kent geen relativering, geen nuance, geen scepsis, geen ironie, geen satire. Hij kent alleen zijn eigen alles overstemmende weeklacht. Als een wereldvreemd kind weigert de slachtofferist de onvermijdelijke schaduwkant van het moderne bestaan te accepteren: de schuld, de vervreemding, het isolement, de eenzaamheid, de anonimiteit, de melancholie en de talloze andere manifestaties die onlosmakelijk daaraan verbonden zijn, met de angst voor de misdaad als fixatiepunt. In het geval van Heijne is deze pathologische angst toegespitst op ‘het terrorisme,’  dat wil zeggen: de terreur van de Ander, niet de terreur van onze eigen‘beschaving,’ want ‘wij’ vertegenwoordigen immers het Goede, dat kan per definitie niet het Kwaad zijn, zo luidt de logica van een simplist. Bas is te vol van zichzelf en bezit te weinig verbeeldingskracht om een innerlijk proces op gang te brengen waarover de ‘romancier’ Albert Camus schreef: 

De eerste stap van een geest die vervuld is van vervreemding is het besef dat hij dat gevoel van vervreemding deelt met alle mensen en dat de mensheid als geheel lijdt onder deze distantie ten opzichte van zichzelf en de wereld,' hetgeen bij een betrokken individu leidt tot een 'solidariteit van de ketenen' die ieder mens aan de ander bindt.  

Die ‘solidariteit’ bezit Heijne niet, hoe vurig hij er als opiniemaker naar verlangt om, zoals hij tijdens het NRC-interview verklaarde, ‘als beschouwer toch de blik van romancier' te hebben 'behouden.’  Die hoop is tevergeefs, aangezien de geest van een ‘romancier’ wezenlijk anders is dan die van een opiniemaker van de mainstream-pers. De opiniemaker dient te behagen, de ‘romancier’ is op zoek naar een werkelijkheid. En dus viel Heijne pas volledig van zijn Verlichtingsgeloof door de aanslag van twee moslim-fundamentalisten op Charlie Hebdo in 2015, en niet nadat de witte christelijke cultuur Vietnam met napalm verwoestte, of met 'shock and awe' Irak binnentrok, want nogmaals ‘we are the good guys.’ We maken heus wel eens fouten, absoluut, maar onze motieven zijn altijd goed. Of zoals de Amerikaanse geleerde Noam Chomsky het formuleerde: 

In discussion of international relations, the fundamental principle is that ‘we are good’ — ‘we’ being the government, on the totalitarian principle that state and people are one. ‘We’ are benevolent, seeking peace and justice, though there may be errors in practice. ‘We’ are foiled by villains who can’t rise to our exalted level. 

Ook hierin verschilt de journalist Bas Heijne wezenlijk van de ‘romancier,’ hij is niet bij machte de realiteit van de geschiedenis vast te leggen. En dat is een essentieel probleem. Omdat het bewustzijn van de mens nu eenmaal beperkt is, is deze niet in staat ‘to find a real historical West under the mythic West,’ en beseft hij niet dat de geschiedenis van de ‘mythic West’ niets anders is dan ‘a construction of images and stereotypes’ die bewust en onbewust zijn gecreëerd en gekoesterd, en zo dominant zijn geworden in de ‘popular culture,’ zoals Robert Hughes in zijn boek Culture of Complaint. The Fraying of America (1993) opmerkte. Het zijn alleen de kunstenaars, en niethet establishment en zijn opiniemakers, die ‘ons’ de werkelijkheid achter de façade kunnen laten zien. In tegenstelling tot de politiek en de mainstream-media bieden de kunsten ook geen ‘oplossing’ voor de condition humaine, want die bestaat domweg niet. Het geloof in De Vooruitgang als oplossing is even dwaas als het geloof in de onbevlekte ontvangenis. Vandaar ook dat opiniemakers als Heijne een groot gevaar vormen. In zijn essay The Curtain (2007) stelt Kundera zichzelf en ons de vraag: ‘And If the Tragic Has Deserted Us?’ In een poging dit te beantwoorden zet Kundera uiteen: 

Freeing the great human conflicts from naive interpretation as a struggle between good and evil, understanding them in the light of tragedy, was an enormous feat of mind; it brought forward the unavoidable relativism of human truths; it made clear the need to do justice to the enemy. But moral Manichaeanism has an indestructible vitality... 

Hitler not only brought unspeakable horror upon Europe but also stripped it of its sense of the tragic. Like the struggle against Nazism, all of contemporary political history would thenceforth be seen and experienced as a struggle between good and evil... 

Is this a regression? A relapse into the pre-tragical stage of humankind? But if so, precisely who has regressed? Is it History itself, usurped by criminals? Or is it our mode of understanding History? Often I think: tragedy has deserted us; and that may be the true punishment.

Het is de 'straf' voor het geloof in de verlossing, die het Vooruitgangsgeloof beloofde. Dit geloof is evenwel, net als het christendom, er niet in geslaagd de primitieve reflex te matigen om overal een vijand te bespeuren, die het Kwaad vertegenwoordigt en met wortel en tak dient te worden uitgeroeid. Frans Kellendonk had gelijk toen hij constateerde dat de 'journalistieke media allemaal verpolitiekt [zijn].’ Hun ‘ideologie’ is die van ‘het uitgeschakelde denken en de volautomatische moraal.'  Goed en Kwaad zijn zodoende bij voorbaat onwrikbaar vastgelegd. Goed is Het Ik, slecht is De Ander, per definitie, en wel omdat, opnieuw Kundera, ’de mens zich een wereld [wenst] waarin het goed en het kwaad duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, want in hem huist het ingeschapen en ontembare verlangen te oordelen alvorens te begrijpen.’ En wanneer de westerse opiniemakers van de mainstream-pers zich als één man tegen president Trump keren, vergeet dan niet wat de gerenommeerde oud-correspondent van The New York Times, Chris Hedges, midden mei 2017 schreef:

Forget the firing of James Comey. Forget the paralysis in Congress. Forget the idiocy of a press that covers our descent into tyranny as if it were a sports contest between corporate Republicans and corporate Democrats or a reality show starring our maniacal president and the idiots that surround him. Forget the noise. The crisis we face is not embodied in the public images of the politicians that run our dysfunctional government. The crisis we face is the result of a four-decade-long, slow-motion corporate coup that has rendered the citizen impotent, left us without any authentic democratic institutions and allowed corporate and military power to become omnipotent. This crisis has spawned a corrupt electoral system of legalized bribery and empowered those public figures that master the arts of entertainment and artifice. And if we do not overthrow the neoliberal, corporate forces that have destroyed our democracy we will continue to vomit up more monstrosities as dangerous as Donald Trump. Trump is the symptom, not the disease.

Our descent into despotism began with the pardoning of Richard Nixon, all of whose impeachable crimes are now legal, and the extrajudicial assault, including targeted assassinations and imprisonment, carried out on dissidents and radicals, especially black radicals. It began with the creation of corporate-funded foundations and organizations that took control of the press, the courts, the universities, scientific research and the two major political parties. It began with empowering militarized police to kill unarmed citizens and the spread of our horrendous system of mass incarceration and the death penalty. It began with the stripping away of our most basic constitutional rights — privacy, due process, habeas corpus, fair elections and dissent. It began when big money was employed by political operatives such as Roger Stone, a close Trump adviser, to create negative political advertisements and false narratives to deceive the public, turning political debate into burlesque. On all these fronts we have lost. We are trapped like rats in a cage. A narcissist and imbecile may be turning the electric shocks on and off, but the problem is the corporate state, and unless we dismantle that, we are doomed.

Maar dit, zult u nooit in Heijne’s krant lezen, noch in enige andere publicatie van de Nederlandse polderpers, want op ware informatie rust een taboe. Zoals bekend is een taboe datgene waarover, volgens de sociale conventie, niet gesproken mag worden. En zo moddert de mens verder.



Sinister Stewards of the National Security State

Seth Rich, Craig Murray and the Sinister Stewards of the National Security State 

Photo by Obama-Biden Transition | CC BY 2.0
Why is it a “conspiracy theory” to think that a disgruntled Democratic National Committee staffer gave WikiLeaks the DNC emails, but not a conspiracy theory to think the emails were provided by Russia?
Why?
Which is the more likely scenario: That a frustrated employee leaked damaging emails to embarrass his bosses or a that foreign government hacked DNC computers for some still-unknown reason?
That’s a no-brainer, isn’t it?
Former-DNC employee, Seth Rich, not only had access to the emails, but also a motive. He was pissed about the way the Clinton crowd was “sandbagging” Bernie Sanders. In contrast, there’s neither evidence nor motive connecting Russia to the emails. On top of that,  WikiLeaks founder, Julien Assange (a man of impeccable integrity) has repeatedly denied that Russia gave him the emails which suggests the government investigation is completely misdirected. The logical course of action, would be to pursue the leads that are most likely to bear fruit, not those that originate from one’s own political bias. But, of course, logic has nothing to do with the current investigation, it’s all about politics and geopolitics.
We don’t know who killed Seth Rich and we’re not going to speculate on the matter here.  But we find it very strange that neither the media nor the FBI have pursued leads in the case that challenge the prevailing narrative on the Russia hacking issue. Why is that? Why is the media so eager to blame Russia when Rich looks like the much more probable suspect?
And why have the mainstream news organizations put so much energy into discrediting the latest Fox News report, when– for the last 10 months– they’ve showed absolutely zero interest in Rich’s death at all?
According to Fox News:
“The Democratic National Committee staffer who was gunned down on July 10 on a Washington, D.C., street just steps from his home had leaked thousands of internal emails to WikiLeaks, law enforcement sources told Fox News.
A federal investigator who reviewed an FBI forensic report detailing the contents of DNC staffer Seth Rich’s computer generated within 96 hours after his murder, said Rich made contact with WikiLeaks through Gavin MacFadyen, a now-deceased American investigative reporter, documentary filmmaker, and director of WikiLeaks who was living in London at the time….
Rod Wheeler, a retired Washington homicide detective and Fox News contributor investigating the case on behalf of the Rich family, made the WikiLeaks claim, which was corroborated by a federal investigator who spoke to Fox News….
“I have seen and read the emails between Seth Rich and Wikileaks,” the federal investigator told Fox News, confirming the MacFadyen connection. He said the emails are in possession of the FBI, while the stalled case is in the hands of the Washington Police Department.” (“Family of slain DNC staffer Seth Rich blasts detective over report of WikiLeaks link”, Fox News)
Okay, so where’s the computer? Who’s got Rich’s computer? Let’s do the forensic work and get on with it.
But the Washington Post and the other bogus news organizations aren’t interested in such matters because it doesn’t fit with their political agenda. They’d rather take pot-shots at Fox for running an article that doesn’t square with their goofy Russia hacking story. This is a statement on the abysmal condition of journalism today. Headline news has become the province of perception mandarins who use the venue to shape information to their own malign specifications, and any facts that conflict with their dubious storyline, are savagely attacked and discredited. Journalists are no longer investigators that keep the public informed, but paid assassins who liquidate views that veer from the party-line.
WikiLeaks never divulges the names of the people who provide them with information. Even so, Assange has not only shown an active interest in the Seth Rich case, but also offered a $20,000 reward for anyone providing information leading to the arrest and conviction of Rich’s murder. Why? And why did he post a link to the Fox News article on his Twitter account on Tuesday?
I don’t know, but if I worked for the FBI or the Washington Post, I’d sure as hell be beating the bushes to find out. And not just because it might help in Rich’s murder investigation, but also, because it could shed light on the Russia fiasco which is being used to lay the groundwork for impeachment proceedings. So any information that challenges the government version of events, could actually change the course of history.
Have you ever heard of Craig Murray?
Murray should be the government’s star witness in the DNC hacking scandal, instead, no one even knows who he is. But if we trust what Murray has to say, then we can see that the Russia hacking story is baloney. The emails were “leaked” by insiders not “hacked” by a foreign government. Here’s the scoop from Robert Parry at Consortium News:
“Former British Ambassador to Uzbekistan Craig Murray, has suggested that the DNC leak came from a “disgruntled” Democrat upset with the DNC’s sandbagging of the Sanders campaign and that the Podesta leak came from the U.S. intelligence community….He (Murray) appears to have undertaken a mission for WikiLeaks to contact one of the sources (or a representative) during a Sept. 25 visit to Washington where he says he met with a person in a wooded area of American University. ….
Though Murray has declined to say exactly what the meeting in the woods was about, he may have been passing along messages about ways to protect the source from possible retaliation, maybe even an extraction plan if the source was in some legal or physical danger…Murray also suggested that the DNC leak and the Podesta leak came from two different sources, neither of them the Russian government.
“The Podesta emails and the DNC emails are, of course, two separate things and we shouldn’t conclude that they both have the same source,” Murray said. “In both cases we’re talking of a leak, not a hack, in that the person who was responsible for getting that information out had legal access to that information…
Scott Horton then asked, “Is it fair to say that you’re saying that the Podesta leak came from inside the intelligence services, NSA [the electronic spying National Security Agency] or another agency?”
“I think what I said was certainly compatible with that kind of interpretation, yeah,” Murray responded. “In both cases they are leaks by Americans.”
(“A Spy Coup in America?”, Robert Parry, Consortium News)
With all the hullabaloo surrounding the Russia hacking case, you’d think that Murray’s eyewitness account would be headline news, but not in Homeland Amerika where the truth is kept as far from the front page as humanly possible.
Bottom line: The government has a reliable witness (Murray) who can positively identify the person who hacked the DNC emails and, so far, they’ve showed no interest in his testimony at all.  Doesn’t that strike you as a bit weird?
Did you know that after a 10 month-long investigation, there’s still no hard evidence that Russia hacked the 2016 elections?  In fact, when the Intelligence agencies were pressed on the matter, they promised to release a report that would provide iron-clad proof of Russian meddling.  On January 6, 2017, theDirector of National Intelligence, James Clapper, released that report. It was called The Intelligence Community Assessment (ICA).  Unfortunately, the report fell far-short of the public’s expectations. Instead of a smoking gun, Clapper produced a tedious 25-page compilation of speculation, hearsay, innuendo and gobbledygook.  Here’s how veteran journalist Robert Parry summed it up:
“The report contained no direct evidence that Russia delivered hacked emails from the Democratic National Committee and Hillary Clinton’s campaign chairman John Podesta to WikiLeaks….The DNI report…as presented, is one-sided and lacks any actual proof. Further, the continued use of the word “assesses”….suggests that the underlying classified information also may be less than conclusive because, in intelligence-world-speak, “assesses” often means “guesses.” (“US Report Still Lacks Proof on Russia ‘Hack’”, Robert Parry, Consortium News)
Repeat: “the report contained no direct evidence”, no “actual proof”, and a heckuva a lot of “guessing”. That’s some “smoking gun”, eh?
If this ‘thin gruel’ sounds like insufficient grounds for removing a sitting president and his administration, that’s because it is.  But the situation is even worse than it looks,  mainly because the information in the assessment is not reliable. The ICA was corrupted by higher-ups in the Intel food-chain who selected particular analysts who could be trusted to produce a document that served their broader political agenda. Think I’m kidding? Take a look at this excerpt from an article at Fox News:
“On January 6, 2017, the U.S. Intelligence Community issued an “Intelligence Community Assessment” (ICA) that found Russia deliberately interfered in the 2016 presidential election to benefit Trump’s candidacy…  (but) there are compelling reasons to believe this ICA was actually a politicized analysis that violated normal rules for crafting intelligence assessments…… to ensure this one reached the bottom line conclusion that the Obama administration was looking for. …
….Director of National Intelligence James Clapper explained in his testimony that two dozen or so “seasoned experts” were “handpicked” from the contributing agencies” and drafted the ICA “under the aegis of his former office” …  While Clapper claimed these analysts were given “complete independence” to reach their findings, he added that their conclusions “were thoroughly vetted and then approved by the directors of the three agencies and me.”
This process drastically differed from the Intelligence Community’s normal procedures.  Hand-picking a handful of analysts from just three intelligence agencies to write such a controversial assessment went against standing rules to vet such analyses throughout the Intelligence Community within its existing structure.  The idea of using hand-picked intelligence analysts selected through some unknown process to write an assessment on such a politically sensitive topic carries a strong stench of politicization….
A major problem with this process is that it gave John Brennan, CIA’s hyper-partisan former director, enormous influence over the drafting of the ICA.  Given Brennan’s scathing criticism of Mr. Trump before and after the election, he should have had no role whatsoever in the drafting of this assessment.  Instead, Brennan probably selected the CIA analysts who worked on the ICA and reviewed and approved their conclusions….
The unusual way that the January 6, 2017 Intelligence Community Assessment was drafted raises major questions as to whether it was rigged by the Obama administration to produce conclusions that would discredit the election outcome and Mr. Trump’s presidency.”
(“More indications Intel assessment of Russian interference in election was rigged”, Fox News)
Repeat: “A politicized analysis that violated normal rules for crafting intelligence assessments.” That says it all, doesn’t it?
Let’s take a minute and review the main points in the article:
1–Was the Intelligence Community Assessment the summary work of all 17 US Intelligence Agencies?
No, it was not. “In his May 8 testimony to a Senate Judiciary subcommittee hearing, Clapper confirmed …(that) the ICA reflected the views of only three intelligence agencies — CIA, NSA and FBI – not all 17.”
2–Did any of the analysts challenge the findings in the ICA?
No, the document failed to acknowledge any dissenting views, which suggests that the analysts were screened in order to create consensus.
3– Were particular analysts chosen to produce the ICA?
Yes, they were “handpicked from the contributing agencies” and drafted the ICA “under the aegis of his former office” (the Office of the Director of National Intelligence.)
4– Was their collaborative work released to the public in its original form?
No,  their conclusions “were thoroughly vetted and then approved by the directors of the three agencies and me.” (Clapper) This of course suggests that the document was political in nature and crafted to deliver a particular message.
5–Were Clapper’s methods “normal” by Intelligence agency standards?
Definitely not. “This process drastically differed from the Intelligence Community’s normal procedures.”
6–Are Clapper and Brennan partisans who have expressed their opposition to Trump many times in the past calling into question their ability to be objective in executing their duties as heads of their respective agencies?
Absolutely. Check out this clip from Monday’s Arkansas online:
“I think, in many ways, our institutions are under assault, both externally — and that’s the big news here, is the Russian interference in our election system,” said James Clapper, the former director of national intelligence. “I think as well our institutions are under assault internally.”
When he was asked, “Internally, from the president?” Clapper said, “Exactly.” (Clapper calls Trump democracy assailant”, arkansasonline)
Brennan has made numerous similar statements. (Note: It is particularly jarring that Clapper– who oversaw the implementation of the modern surveillance police state– feels free to talk about “the assault on our institutions.”)
7–Does the ICA prove that anyone on the Trump campaign colluded with Russia or that Russia meddled in the 2016 elections?
No, it doesn’t.  What it shows is that –even while Clapper and Brennan may have been trying to produce an assessment that would ‘kill two birds with one stone’, (incriminate Russia and smear Trump at the same time) the ICA achieved neither. So far, there’s no proof of anything.   Now take a look at this list I found in an article at The American Thinker:
“12 prominent public statements by those on both sides of the aisle who reviewed the evidence or been briefed on it confirmed there was no evidence of Russia trying to help Trump in the election or colluding with him:
The New York Times (Nov 1, 2016);
House Speaker Paul Ryan (Feb, 26, 2017);
Former DNI James Clapper , March 5, 2017);
Devin Nunes Chairman of the House Intelligence Committee, March 20, 2017);
James Comey, March 20, 2017;
Rep. Chris Stewart, House Intelligence Committee, March 20, 2017;
Rep. Adam Schiff, House Intelligence committee, April 2, 2017);
Senator Dianne Feinstein, Senate Intelligence Committee, May 3, 2017);
Sen. Joe Manchin  Senate Intelligence Committee, May 8, 2017;
James Clapper (again) (May 8, 2017);
Rep. Maxine Waters, May 9, 2017);
President Donald Trump,(May 9, 2017).
Senator Grassley, Chairman of the Senate Judiciary committee, indicated that his briefing confirmed Dianne Feinstein’s view that the President was not under investigation for colluding with the Russians.”
(“Russian Hacking and Collusion: Put the Cards on the Table”, American Thinker)
Keep in mind, this is a list of the people who actually “reviewed the evidence”, and even they are not convinced. It just goes to show that the media blitz is not based on any compelling proof, but on the determination of  behind-the-scenes elites who want to destroy their political rivals. Isn’t that what’s really going on?
How does former FBI Director James Comey fit into all this?
First of all, we need to set the record straight on Comey so readers don’t get the impression that he’s the devoted civil servant and all-around stand-up guy he’s made out to be in the media. Here’s a short clip from an article by Human Rights First that will help to put things into perspective:
“Five former FBI agents…raised concerns about his (Comey’s) support for a legal memorandum justifying torture and his defense of holding an American citizen indefinitely without charge. They note that Comey concurred with a May 10, 2005, Office of Legal Counsel opinion that authorized torture. While the agents credited Comey for opposing torture tactics in combination and on policy grounds, they note that Comey still approved the legal basis for use of specific torture tactics.
“These techniques include cramped confinement, wall-standing, water dousing, extended sleep deprivation, and waterboarding, all of which constitute torture or cruel, inhuman, or degrading treatment in contravention of domestic and international law,” the letter states.
Those signing the letter to the committee also objected to Comey’s defense of detaining Americans without charge or trial and observed, “Further, Mr. Comey vigorously defended the Bush administration’s decision to hold Jose Padilla, a United States citizen apprehended on U.S. soil, indefinitely without charge or trial for years in a military brig in Charleston, South Carolina.” (“FBI Agents Urge Senate Judiciary Committee to Question Comey on Torture, Indefinite Detention”, Human Rights First)
Get the picture?
Comey is a vicious political opportunist who doesn’t mind breaking a few legs if it’ll advance his career plans. I wouldn’t trust the man as far as I could throw him. Which isn’t far.
American Thinker’s Clarice  Feldman explains why Comey launched his counter-intel investigation in July 2016 but failed to notify Congress until March 2017, a full eight months later. Here’s what she said:
“There is only one reasonable explanation for FBI Director James Comey to be launching a counter-intel investigation in July 2016, notifying the White House and Clapper, and keeping it under wraps from congress. Comey was a participant in the intelligence gathering for political purposes — wittingly, or unwittingly.” (“Russian Hacking and Collusion: Put the Cards on the Table”, American Thinker)
Are we suggesting that the heads of the so called Intelligence Community are at war with the Trump Administration and paving the way for impeachment  proceedings?
Yep, we sure are. The Russia hacking fiasco is a regime change operation no different than the CIA’s 50-or-so other oustings in the last 70 years. The only difference is that this operation is on the home field which is why everyone is so flustered. These things are only suppose to happen in those “other” countries.
Does this analysis make me a Donald Trump supporter?
Never.  The idea is ridiculous. Trump might be the worst US president of all time, in fact, he probably is. But that doesn’t mean there aren’t other nefarious forces at work behind the smokescreen of democratic government. There are. In fact, this whole flap suggests that there’s an alternate power-structure that operates completely off the public’s radar and has the elected-government in its death-grip. This largely invisible group of elites controls the likes of  Brennan, Clapper and Comey. And, apparently,  they have enough influence to challenge and maybe even remove an elected president from office. (We’ll see.)
And what’s more surprising, is that the Democrats have aligned themselves with these deep state puppetmasters.  They’ve cast their lot with the sinister stewards of the national security state and hopped on the impeachment bandwagon. But is that a wise choice for the Dems?
Author Michael J. Glennon doesn’t think so. Here’s what he says in the May edition of Harper’s Magazine:
“Those who would counter the illiberalism of Trump with the illiberalism of unfettered bureaucrats would do well to contemplate the precedent their victory would set. …
American history is not silent about the proclivities of unchecked security forces, a short list of which includes the Palmer Raids, the FBI’s blackmailing of civil rights leaders, Army surveillance of the antiwar movement, the NSA’s watch lists, and the CIA’s waterboarding. …. Who would trust the authors of past episodes of repression as a reliable safeguard against future repression?”
(“Security Breach– Trump’s tussle with the bureaucratic state”, Michael J. Glennon, Harper’s Magazine)
“Who?”
The Democrats, that’s who.
MIKE WHITNEY lives in Washington state. He is a contributor to Hopeless: Barack Obama and the Politics of Illusion (AK Press). Hopeless is also available in a Kindle edition. He can be reached at fergiewhitney@msn.com.
More articles by: