• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zondag 14 mei 2017

Bas Heijne's Propaganda 14

Bas Heijne, het decor is nep, de meningen zijn nep, de poseur is nep. Hier moet de intelligentsia in de polder het mee doen in een geglobaliseerde wereld.


In 2015 waarschuwde de voormalige Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur en oud minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger de lezers van het Amerikaanse politieke tijdschrift The National Interest dat voor de Amerikaanse politieke beleidsbepalers ‘breaking Russia has become an objective; the long-range purpose should be to integrate it.’ De reactie van de interviewer, de Amerikaanse journalist/auteur Jacob Heilbronn, was de volgende: ‘we have witnessed a return, at least in Washington, DC, of neoconservatives and liberal hawks who are determined to break the back of the Russian government.’ Kissinger antwoordde:

Until they face the consequences. The trouble with America’s wars since the end of the Second World War has been the failure to relate strategy to what is possible domestically. The five wars we’ve fought since the end of World War II were all started with great enthusiasm. But the hawks did not prevail at the end. At the end, they were in a minority. We should not engage in international conflicts if, at the beginning, we cannot describe an end, and if we’re not willing to sustain the effort needed to achieve that end.

Heilbrunn: But we seem to recapitulate (herhalen. svh) this over and over again.

Kissinger: Because we refuse to learn from experience. Because it’s essentially done by an ahistorical people. In schools now, they don’t teach history anymore as a sequence of events. They deal with it in terms of themes without context.

Heilbrunn: So they’ve stripped it of all context.

Kissinger: Of what used to be context — they put it in an entirely new context.

Die ‘nieuwe context’ is de virtuele werkelijkheid, de schijnrealiteit waarbij de neoconservatieven en de haviken onder de Democraten geloven dat de VS uiteindelijk zal zegevieren, zoals een gokverslaafde gelooft dat hij ooit eens zal winnen. Geloven tegen beter weten in, ten koste van het voortbestaan van de hele mensheid. Die waarschuwing komt niet van één of andere narcistische mainstream-opiniemaker zonder goede contacten, maar van één van de best geïnformeerde Amerikaanse insiders, een expert op het gebied van de geopolitiek. Kissinger doelde in 2015 op de neoconservatieven in de regering Obama, die inmiddels ook een greep hebben gekregen op de buitenlandse politiek van de regering Trump. Goed geïnformeerde Nederlandse intellectuelen, en zelfs politici weten dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen Democraten en Republikeinen zodra het gaat over het beschermen van de elitebelangen, hoe luid praatjesmakers als Bas Heijne, Geert Mak, Hubert Smeets, Arie Elshout en Rick Nieman, dit ook mogen rond bazuinen. Zij allen zijn exemplarisch voor de irrationaliteit van de polderpers, die zich laat meeslepen in de hegemonistische politiek van Washington en Wall Street, gesteund door de NAVO-strijdkrachten. Dit irrationalisme is het resultaat van de cynische visie van de elite en haar mainstream-media. Een optiek die door de Amerikaanse historicus en hoogleraar Robert Brett Westbrook werd samengevat als ‘democratisch realisme,’ hetgeen het volgende inhoudt:

Finding ordinary men and women irrational and participatory democracy impossible and unwise under modern conditions, they argued that it was best to strictly limit government by the people and to redefine democracy as, by and large, government for the people by enlightened and responsible elites. 

Tijdens het ontstaan van de massamaatschappij, zoals wij die nu kennen, stelden de autoriteiten zich de vraag hoe de burger in een democratie buiten spel kon worden gezet, zonder dat hij hiertegen in opstand kwam. De Amerikaanse hoogleraar Media Studies Stuart Ewen verklaarde daarover in zijn uitgebreide studie PR! A Social History of Spin (1996) het volgende:

At the heart of this perspective was the problem of how to mediate between the democratic aspirations of ordinary men and women and the conviction that elites must be able to govern without the impediment (belemmering. svh) of an active or participatory public. For Lippmann, the ability to ‘manufacture consent,’ to employ techniques that could assemble mass support behind executive action, was the key to solving this modern puzzle.  In two important books — the widely hailed ‘Public Opinion,’ published in 1922, and a lesser know book, the ‘Phantom Public,’ which appeared five years later — Lippmann (Walter Lippmann, de belangrijkste Amerikaanse media-ideoloog van de twintigste eeuw. svh) laid out his ideas on how this formidable objective might be accomplished. 

Lippmann’s analysis rested on a set assumptions regarding the ways he thought ordinary experienced the world. Though he accepted the existence of an objective reality and believed that scientific intelligence was, through careful study, capable of comprehending it, Lippmann argued that the average person was incapable of seeing that worked clearly, much less understanding it. Recalling Plato’s well-known parable of the cave, Lippmann maintained that it was humanity’s fate to engage with the world not in immediate proximity to its events, but primarily through ‘pictures in our heads.’ 

The gulf between perception and reality, Lippmann believed, was an ancient one, yet it had widened significantly with the rise of ‘The Great Society’: a modern world in which geographic distance, the complexities of social, political, and economic life, and the hypnotic pull of the mass media spawned (voortbrengen. svh) conditions in which the authority of such ‘pictures’ was becoming more and more prevalent (overheersend. svh). In this increasingly cosmopolitan society, he maintained, new technologies and new networks for disseminating words, sounds, and images had irrevocably transformed the wellsprings of common knowledge. As the world grew larger and more complex, people’s ability to make sense of their universe was becoming less and less grounded in the terrain of immediate experience. Against the tangible immediacy of people’s lives, he recounted, worldview were being educated by words and pictures carried from afar. Formulating a quintessentially twentieth-century vocabulary, Lippmann argued that mass-mediated words and pictures commingled in people’s minds, constituting a credible — though often fallacious (bedrieglijk. svh) ‘pseudo-environment,’ a virtual reality informing ordinary thought and behavior. In the process, an increasingly precarious (gevaarlijke. svh) architecture of truth was taking hold. 

Een duidelijk voorbeeld van wat tegenwoordig ‘perceptie management’ heet — noodzakelijk om een ‘virtuele realiteit’ te kunnen creëren — gaf NRC Handelsblad op donderdag 12 september 2013, een dag nadat president Poetin via een opiniestuk in The New York Times zich direct tot de Amerikaanse bevolking had gericht met ‘A Plea for Caution From Russia.’ Dit kon de de zelfbenoemde ‘kwaliteitskrant’ van de polder niet zonder ‘duiding’ aan zich voorbij laten gaan. Het lezerspubliek zou immers dan zelf een opinie kunnen vormen en zou daardoor de rol van journalist, als woordvoerder van de elite, overbodig zijn geworden. Dat moet koste wat kost voorkomen worden nu het, ik citeer Bas Heijne, ‘steeds makkelijker’ is geworden ‘om de mens te bespelen en te manipuleren. Men weet steeds beter hoe men in jouw hoofd terecht moet komen.’ Hij voegde hieraan toe dat ‘[p]olitiek en commercie de mens niet meer [zien] als een individu, maar als een verzameling statistieken, een geheel van megadata, en ze weten je steeds beter te sturen,’ aldus Heijne, sprekende uit eigen ervaring, immers de belangrijkste inkomstenbron van de NRC zijn de reclamegelden.

Al onmiddellijk in de kop deelde de NRC mee hoe Poetin’s pleidooi voor ‘voorzichtigheid’ gelezen diende te worden door de — naar we moeten aannemen — onwetende en onvolwassen kwaliteitslezers van de krant. Tegelijkertijd wordt tot tweemaal toe de lezer erop gewezen: ‘Lees hier duiding’ van Hubert Smeets. Ik citeer: 

Poetin stunt met opiniestuk in NYT - lees hier duiding bij zijn brief

Een nieuwe stunt in de diplomatieke soap rond het Russische wapencontroleplan voor Syrië. Poetin richt zich rechtstreeks tot het Amerikaanse volk in een opiniestuk geschreven in The New York Times. Lees hier duiding bij de brief van Poetin van Hubert Smeets, buitenlandredacteur van NRC Handelsblad.

Allereerst kort nog even de stand van zaken: minister Kerry zei maandag tegen een journalist dat Assad een aanval op zijn land kan voorkomen als hij binnen een week al zijn chemische wapens inlevert. Het was een terloopse opmerking, maar Rusland maakte er een serieus voorstel van. Steun van de internationale gemeenschap volgde. Obama houdt de mogelijkheid voor militaire interventie open, maar geeft — hoewel een vertragingstactiek wordt gevreesd — de voorkeur aan een diplomatiek antwoord op de gifgasaanval. Het Russische antwoord dus.

Hoewel de destijds jeugdige freelance-journaliste Mirjam Remie, die net vier maanden geen stagiaire meer was en geen contacten met Amerikaanse beleidsbepalers had, met grote stelligheid beweerde dat minister Kerry ‘een terloopse opmerking’ had gemaakt, verzuimde ze te vertellen wie haar dit ingefluisterd had. Opmerkelijk is dat voor deze postmoderne jongedame het hier een ‘stunt’ betrof in een ‘diplomatieke soap,’ wat meteen duidelijk maakte wat haar referentiekader was. Dat de zogeheten ‘soap’ in een nucleair conflict zou kunnen eindigen ontging haar, ondanks het feit dat zowel Amerikaanse als Russische experts hiervoor waarschuwden. Dat de Amerikaanse elite in Washington en op Wall Street ‘refuse to learn from experience,’ aldus Kissinger, ‘[b]ecause it’s essentially done by an ahistorical people,’ ook daarvoor bezat Mirjam onvoldoende historische kennis. In een virtuele werkelijkheid zijn historische feiten overbodig, sterker nog, ze belemmeren alleen maar het geloof in de propagandistische versie van de realiteit. Daarom kon het jonge aanstormende mainstream-talent zonder enige schroom impliciet stellen dat het Assad-regime verantwoordelijk was geweest voor de ‘gifgasaanval.’ Zij schreef namelijk dat ‘Obama de mogelijkheid voor militaire interventie open[houdt], maar geeft — hoewel een vertragingstactiek wordt gevreesd — de voorkeur aan een diplomatiek antwoord op de gifgasaanval.’ Daarentegen betwist onder andere één van de best geïnformeerde Amerikaanse onderzoeksjournalisten, de legendarische Seymour Hersh, ‘that Syrian president Bashar al-Assad was responsible for the Sarin gas attack in Ghouta.’ In april 2016 verklaarde hij:

Let me talk to you about the sarin story [the sarin gas attack in Ghouta, a suburb near Damascus, which the U.S. government attributed to the Assad regime] because it really is in my craw.  In this article that was this long series of interviews [of Obama] by Jeff Goldberg… he says, without citing the source (you have to presume it was the president because he’s talking to him all the time) that the head of National Intelligence, General [James] Clapper, said to him very early after the [sarin] incident took place, ‘Hey, it’s not a slam dunk. (uitgemaakte zaak. svh).’

You have to understand in the intelligence community — Tenet [Bush-era CIA director who infamously said Iraqi WMD was a ‘slam dunk’] is the one who said that about the war in Baghdad — that’s a serious comment. That means you’ve got a problem with the intelligence. As you know I wrote a story that said the chairman of the Joint Chiefs told the president that information the same day. I now know more about it…

[Before the Ghouta attack] there was a G-20 summit and Putin and Bashar met for an hour. There was an official briefing from Ben Rhodes and he said they talked about the chemical weapons issue and what to do. The issue was that Bashar couldn’t pay for it — it cost more than a billion bucks. The Russians said, ‘Hey, we can’t pay it all. Oil prices are going down and we’re hurt for money.’ And so, all that happened was we agreed to handle it. We took care of a lot of the costs of it.

Guess what? We had a ship, it was called the Cape Maid, it was parked out in the Med. The Syrians would let us destroy this stuff [the chemical weapons]… there was 1,308 tons that was shipped to the port…and we had, guess what, a forensic unit out there. Wouldn’t we like to really prove — here we have all his sarin and we had sarin from what happened in Ghouta, the UN had a team there and got samples — guess what?

It didn’t match. But we didn’t hear that. I now know it, I’m going to write a lot about it.

Guess what else we know from the forensic analysis we have (we had all the missiles in their arsenal). Nothing in their arsenal had anything close to what was on the ground in Ghouta. A lot of people I know, nobody’s going to go on the record, but the people I know said we couldn’t make a connection, there was no connection between what was given to us by Bashar and what was used in Ghouta. That to me is interesting. That doesn’t prove anything, but it opens up a door to further investigation and further questioning.

Tegelijkertijd is belangrijk te weten dat:

[p]resident Obama, despite having publicly declaring the use of chemical weapons by the Syrian regime a ‘red line’ which, if crossed, would demand American military action, ultimately declined to order an attack, largely on the basis of warnings by James Clapper, the Director of National Intelligence, that the intelligence linking the chemical attack on Ghouta was less than definitive.

Bovendien is inmiddels bekend dat 

While confirming the use of chemical weapons against civilians, the UN report has failed to identify the authors of the attacks


Hubert Smeets wijst met priemend vingertje uit welke richting de 'Russen' gaan komen. Van links dus.

Hoewel het uiteindelijke VN-rapport ‘careful' was 'not to blame either side,’ deed de NRC drie weken na de ‘gifgasaanval’ het voorkomen alsof de schuldige het Assad-regime was. Als haar belangrijkste bron voor haar ‘politieke soap,’ gebruikte Mirjam Remie de intellectueel corrupte, oud-NRC redacteur buitenland Hubert Smeets, die momenteel dankzij een subsidie van bijna 300.000 euro van de VVD/PVDA-regering de pro-NAVO/anti-Rusland propaganda op gang kan houden via de website Raam op Rusland. Onder de tussenkop ‘Poetin werpt zich op als verdediger VN’ meldde Remie:

Een andere kernzin staat volgens Smeets in de vierde alinea van de brief:

‘No one wants the United Nations to suffer the fate of the League of Nations, which collapsed because it lacked real leverage. This is possible if influential countries bypass the United Nations and take military action without Security Council authorization.’

Daarmee wil Poetin zeggen dat als de VS doorgaan en militair ingrijpen in Syrië zonder VN-mandaat, er een einde komt aan de Verenigde Naties. Ook Rusland zal dan buiten de VN optreden. Poetin dreigt dus met het opblazen van de VN.

Zonder het te beseffen geeft Smeets hier een treffend voorbeeld van wat hij de hele Russische bevolking verwijt, namelijk: 'Het is typisch Russisch, om altijd alles om te draaien.’ De constatering van president Poetin dat wanneer de VS, zoals in het geval van ondermeer Irak, doorgaat met het schenden van het internationaal recht en het handvest van de Verenigde Naties door weer een agressieoorlog te beginnen, Washington het gezag van de VN uitholt, draait Smeets 180 graden om door te beweren dat Poetin ‘dus met het opblazen van de VN [dreigt].’ Die valse ‘duiding’ is noodzakelijk om de illegale Amerikaanse interventies te kunnen blijven rechtvaardigen, en in het verlengde daarvan het geopolitieke en militaire expansionisme van de NAVO. Smeets' voorstelling van zaken wordt gevoed door zijn Atlantische opvattingen. Om die zo goed mogelijk te kunnen verwoorden, maakte hij in 2012 gebruik van een zogeheten 'studiereis' naar de Verenigde Staten, georganiseerd door de Atlantische Commissie, een instelling die al sinds 1953 propaganda maakt voor de NAVO. Desgevraagd vertelde hij mij de 'reis- als verblijfskosten' uit eigen zak te hebben betaald. Om dit volgens oud journalistiek gebruik dubbel te checken vroeg ik de Vlaamse NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch of deze informatie juist was. Maar zoals gewoonlijk bij de polderpers kreeg ik geen enkele reactie van hem. Ik stelde die vraag tevens omdat het in de journalistiek ongebruikelijk is om voor een propagandareis te betalen. Bovendien is er sprake van nauwe banden tussen Smeets en de Atlantische Commissie. Zo was hij op woensdag 9 maart 2016 één van de sprekers tijdens de 'jaarlijkse onderwijsconferentie' van deze propaganda-instelling. Ook op de vraag of Smeets voor deze toespraak werd betaald, en hoe onafhankelijk dan Smeets dan is als journalist, werd niet geantwoord. Ik kreeg zelfs geen bericht van ontvangst. Tekenend was dat Smeets in hetzelfde programma, getiteld ‘YES, WE CAN!’ Wat wordt Obama’s buitenlandse erfenis? optrad als dr. Ruud van Dijk, docent Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen, Universiteit van Amsterdam, die bekend staat als één van de meest dweepzuchtige Nederlandse apologeten van het Atlantisch Bondgenootschap door ondermeer uitspraken als deze: 

Een van de belangrijkste doelstellingen van het Europese en Nederlandse beleid moet zijn te voorkomen dat Amerika niet langer verantwoordelijk wil zijn voor het functioneren van het internationale systeem,

want, ‘de Verenigde Staten blijven de onmisbare ordeningsmogendheid in het internationale systeem,’ en dus is ‘[v]oor ons in Europa een constructieve, activistische Amerikaanse rol intussen essentieel.’

Het intellectuele niveau op de Universiteit van Amsterdam — een onderwijsinstelling die op de wereldranglijst van universiteiten met een 57ste plaats niet meetelt — is zo laag dat Van Dijk onweersproken zijn studenten kan leren dat 'Washington nog altijd [streeft] naar een wereld waarin individuele vrijheden — fundamentele rechten van de mens — de norm zijn,’ een bewering die qua absurditeit wedijvert met Bas Heijne’s overtuiging dat de VS ‘in alle opwachten superieur’ is. 

En zo zijn we weer terug bij de propagandarol van Hubert Smeets, die Poetin’s pleidooi om een confrontatie tussen zijn land en de VS te voorkomen, beoordeelde als:

[h]et is typisch Russisch, om altijd alles om te draaien. Rusland is er heel sterk in om zichzelf als gelijkwaardig en democratisch land neer te zetten. En daarmee ontwijkt Poetin elke discussie die je wil voeren: hij zegt niet dat Rusland een betere democratie is dan Amerika. Er is in deze brief nergens een haakje te vinden om te zeggen: de pot verwijt de ketel.

Bij gebrek aan werkelijke argumenten, ontaardt Smeets’ betoog ook hier weer in chaos. Potsierlijk is zijn stelling dat het ‘typisch Russisch’ is ‘om altijd alles om te draaien.’ Hubert, die met een Russin is getrouwd, overschreeuwt zichzelf. Ik bedoel, men kan zich voorstellen dat sommige Russen, net als sommige westerlingen, weleens iets omdraaien, maar dat het een nationale karaktertrek is dat zij allen ‘altijd’ en ook nog eens ‘alles’ omdraaien is natuurlijk kolder. Ironisch genoeg zijn dit soort absurditeiten juist kenmerkend voor Smeets, zo weet ik uit mijn persoonlijke ervaringen met hem sinds begin jaren tachtig. Dat Rusland ‘zichzelf als gelijkwaardig’ aan het Westen ziet, wordt door hem afgeschilderd als belachelijk. Dit zegt evenwel meer over Smeets dan over Rusland. Hij is van oordeel dat een andere grootmacht zich niet ‘gelijkwaardig’ aan de de VS mag beschouwen, want voor Washington zijn de ‘fundamentele rechten van de mens — de norm.’  Opmerkelijk is tevens zijn verwijt dat ‘[m]et de brief Poetin duidelijk [maakt] dat Rusland meedoet op het wereldtoneel.’ Naar Hubert’s oordeel mag dit niet. Het feit dat president Poetin ‘wil duidelijk maken dat hij aan de bal is,’ is in de optiek van Smeets ongehoord, en wel omdat ‘Amerika’ de hegemonie bezit, of in elk geval zou moeten bezitten, en dus geen medespelers kan dulden. Dat ‘Poetin laat zien dat zijn land meetelt,’ kan de elite in Washington en op Wall Street en hun bondgenoten in de mainstream-media onmogelijk accepteren, aangezien 'maintaining US pre-eminence, thwarting rival powers and shaping the global security system according to US interests,’ de belangrijkste politieke doelen zijn, zoals de Amerikaanse neoconservatieven het in 2000 nog eens formuleerden. Sindsdien zijn dit de drijfveren van de achtereenvolgende presidenten geweest. September 2000 publiceerde de neoconservatieve denktank 'Project voor de Nieuwe Amerikaanse Eeuw' een toen nog geheim rapport getiteld: 'De Wederopbouw van Amerika's Verdediging: Strategieën, Strijdkrachten en Hulpbronnen voor een Nieuwe Eeuw.’ Het was bedoeld als 

blauwdruk voor het behoud van de Amerikaanse wereldwijde superioriteit, om de opkomst van een grote machtsrivaal uit te sluiten, en om de internationale veiligheidsorde te laten sporen met Amerikaanse principes en belangen.

De Amerikaanse strijdkrachten in het buitenland worden beschreven als 'de cavalerie van het nieuwe Amerikaanse grensgebied.' Het rapport ondersteunde een eerder document waarin gesteld werd dat de Verenigde Staten 'moderne industriële naties moet ontmoedigen om onze leiderschap op de proef te stellen of om zelfs ook maar te streven naar een grotere regionale of wereldwijde rol.’ Daarnaast werd verwezen naar 'nieuwe aanvalsmethoden’ die zowel ‘elektronisch’ als ‘biologisch’ zijn en 

in toenemende mate beschikbaar [zullen] zijn — de strijd zal zich naar alle waarschijnlijkheid in een nieuwe dimensie plaatsvinden, in de ruimte, cyberspace, en misschien in de wereld van de microben,

oftewel,

geavanceerde vormen van biologische oorlogsvoering.


Dit gewelddadige, megalomane streven naar de alleenheerschappij op zowel de aarde als in ‘de ruimte’ komt voort uit het geloof van de elite dat ‘Amerika’ een ‘exceptionalistische’ natie is, en dus in feite boven de wet staat. Juist daarom ‘moet,’ in de woorden van de docent Van Dijk ‘[e]en van de belangrijkste doelstellingen van het Europese en Nederlandse beleid zijn te voorkomen dat Amerika niet langer verantwoordelijk wil zijn voor het functioneren van het internationale systeem,’ aangezien, zo luidt dit irrationeel dogma, ‘het zich bedreigd voelt bestaat de kans dat het meer aan het eigen belang gaat denken, en minder bereid raakt verantwoordelijkheid te nemen voor het functioneren van het internationale systeem. Dat zou een ramp betekenen,’ en moet koste wat kost worden ‘voorkomen.’  Dit is in Nederland onder zowel politici als ideologische wetenschappers en mainstream-journalisten, een onbespreekbaar doctrine. In één aspect hebben de gelovigen gelijk, het zou inderdaad ‘een ramp’ zijn voor het vijf eeuwen oude, op westerse roofzucht gebaseerde ‘internationale systeem,’ wanneer de uiterst gewelddadige Amerikaanse hegemonie niet langer meer de grondstoffen en markten veilig stelt, waarop de welvaart van het Westen rust, en die de kloof tussen arm en rijk almaar doen toenemen. Het probleem is alleen dat de meerderheid van de wereldbevolking dit onrecht niet langer meer accepteert, en niet alleen bereid is terug te vechten, maar voor het eerst in de moderne geschiedenis daartoe ook in staat is. Dat wil zeggen: voor het eerst kan de rest van de wereld de westerse belangen grote schade toebrengen. Dogma’s zijn houdbaar zolang dogmatici er niet aan bezwijken, maar dat dringt niet door tot ideologisch geïnspireerde opiniemakers als dr. Ruud van Dijk, de bestseller-auteur Geert Mak, de gesubsidieerde propagandist Hubert Smeets, en de P.C. Hooftprijs-winnaar 2017 Bas Heijne, om me nu tot deze exemplarische voorbeelden van simplisme te beperken. Het grote gevaar is nu dat na de ineenstorting van de Sovjet Unie het geloof -- meer is het niet -- in het Amerikaanse exceptionalisme zo fanatiek wordt beleden dat onder een aanzienlijk deel van de Nederlandse ‘politiek-literaire elite’ de doorgaans onuitgesproken overtuiging is ontstaan dat ‘we’ getuige zijn van het ‘einde van de geschiedenis,’ omdat het neoliberale kapitalisme de enig juiste orde is. Ondermeer daarom beweert Heijne dat  de VS ‘in alle opzichten superieur’ blijft aan ‘een economisch derderangs wereldmacht’ als Rusland, terwijl toch de VS anno mei 2017 een buitenlandse schuld heeft van rond de 20 biljoen dollar, een bedrag dat de VS nooit bij machte zal zijn om binnen afzienbare tijd terug te betalen. Bovendien heeft de VS sinds de Tweede Wereldoorlog geen enkel groot militair conflict weten te winnen, ondanks het feit dat het meer dan de helft van zijn ‘discretionary’ federale budget aan het militair-industrieel complex uitgeeft. 

Feiten spelen geen rol in de virtuele werkelijkheid van Bas Heijne. Hij houdt vol dat in het Westen tot voor kort de ‘idealen van de verlichting' golden, dus 'je bent vóór gelijkheid, vóór emancipatie en tegen groepsdenken, tegen nationalisme.' Die Verlichtingsidealen zijn, volgens hem, 'zeker na de Tweede Wereldoorlog dominant geworden.’ Heijne haalt de Amerikaanse neoconservatieve ideoloog Francis Fukuyama aan om te kunnen beweren dat ‘[b]estuurlijke elites vrijwel altijd ten onder,’ gaan ‘niet omdat ze alles fout doen, maar omdat ze niet onder ogen zien dat de samenleving andere verwachtingen heeft en zij gewoon blijven doen wat ze denken dat goed is.’ Daarmee stelt ‘de scherpste pen van de NRC’ op een verhulde manier dat het neoliberale bezuinigingsbeleid om zo belastinggeld vrij te maken voor subsidies aan grote concerns, en miljardensteun voor failliete banken, niet perse ‘fout’ is. In zijn ogen is het probleem dat burgers die door de deregulering en privatisering het meest gedupeerd zijn geraakt — hun werk zijn kwijtgeraakt als gevolg van het overhevelen van arbeid naar lage-lonen-landen of door automatisering — eenvoudigweg ‘andere verwachtingen’ hadden. En zo weet de prijzenswaardige Bas de realiteit achter een haag van inhoudsloze woorden te verbergen. En het logische verzet tegen het toenemende onrecht beschouwt hij als een smerige reactie van ‘het volk’ dat volkomen absurd ineens achter ‘populisten’ begon aan te lopen, in plaats van achter Heijne’s ‘elite.’ Haar enige tekort was dat zij dacht dat haar afbreekbeleid, ik citeer, ‘goed’ was. En nu dreigt het gevaar, want ‘[v]eel Europese politici, tot in de hoogste regionen, hebben de afgelopen jaren wel gezien dat er iets vies opborrelt, maar ze denken te kunnen afwachten en ze hopen dat het vanzelf wel zal verdwijnen.’  Dezelfde vertekening van de werkelijkheid treffen ‘we’ ook aan in Heijne’s visie dat ‘[m]et de verkiezing van Trump een geopolitieke aardverschuiving een feit’ is, en dat ‘[v]oor veel mensen in de VS en Europa, en ook in Nederland, Poetin de gedroomde sterke man [is], het tegenwicht tegen het op de idealen van de Verlichting gebaseerde wereldbeeld van Obama. Hier de mensheid, daar de natie. Hier de gemeenschap op basis van gelijkheid, daar de superioriteit van de eigen cultuur,’ om ruim een maand later te verkondigen dat 

[h]et schandaal dat nu achter Trump oprijst,’ het ‘patriottisme’ van de Europese opportunisten in een schel licht [stelt]: ultrarechts heeft Vladimir Poetin omarmd als gedroomde sterke man, maar steeds meer blijkt Poetin de westerse patriotten in een houdgreep te hebben. De Amerikaanse veiligheidsdiensten meldden deze week dat het rapport van de gewezen Britse inlichtingenofficier die de dodelijke notitie over de Russische connecties van Trump opstelde, genoeg waarheid bevat om het onderzoek voort te zetten.

In werkelijkheid is na alle opwinding van Heijne en zijn mainstream-collega’s, nu, mei 2017, nog steeds niet is bewezen dat er illegale contacten bestonden tussen Trump en Poetin. De doorgaans goed geïnformeerde website Moon of Alabama berichtte op woensdag 10 mei 2017 het volgende:

It is about the ‘Russia interfered with the election’ nonsense Clinton invented as excuse for her self-inflicted loss of the vote. The whole anti-Trump/anti-Russia campaign run by neocons and ‘Resistance’ democrats, is designed to block the foreign policy — detente with Russia — for which Trump was elected. The anti-Russia inquisition is dangerous groupthink .

There is no evidence — none at all — that Russia ‘interfered’ with the U.S. election. There is no evidence — none at all — that Russia colluded (samenspande. svh) with the Trump campaign. The Democratic Senator Dianne Feinstein, who sits on the Judiciary Committee as well as the Select Committee on Intelligence, recently confirmed that publicly (video) immediately after she had again been briefed by the CIA.

Blitzer mentioned that Feinstein and other colleagues from the Senate Select Committee on Intelligence had visited CIA headquarters on Tuesday to be briefed on the investigation. He then asked Feinstein whether she had evidence, without disclosing any classified information, that there was collusion between the Trump campaign and Russia during the 2016 presidential campaign.
‘Not at this time,’ Feinstein said.
Blitzer was stunned.

Hoewel ook op Bas Heijne een ‘schel licht’ valt, nadat hij zonder enige bewijs sprak van een ‘schandaal dat nu achter Trump oprijst,’ zal het cherubijntje nooit ‘stunned’ hoeven op te kijken, aangezien niemand in het provinciaalse milieu van de mainstream-polderpers hem ter verantwoording roept wanneer hij weer eens angst probeert te zaaien voor de grote boeman. En dus kan hij moeiteloos beweren dat ‘er ontelbare Russische pogingen [zijn] gedaan om in te breken in ministeries. We gaan 15 maart de stemmen weer handmatig tellen, uit angst voor Russische manipulatie. Nooit hoor je onze patriotten daar eens over.’ Hoe weet onze Bas zo zeker dat sprake is van ‘ontelbare Russische pogingen’? Wel, dat heeft hij uit oncontroleerbare inlichtingen van geheime diensten, die vaak politieke drijfveren hebben, zoals elke journalist kan weten. Zolang er geen harde, controleerbare bewijzen zijn, blijven Heijne’s stellige meningen niets anders dan ordinaire propaganda voor een virtuele werkelijkheid. Waarom ‘hoor je onze patriotten daar’ nooit over? Het is tijd dat iemand die door hem ten onrechte wordt beschuldigd Heijne eens in een ‘schel licht’ zet. Ik bedoel, ook hij weet uit ervaring dat het ‘steeds makkelijker [wordt] om de mens te bespelen en te manipuleren.’ En zo zijn ‘we’ via Bas Heijne’s virtuele werkelijkheid  terug bij Walter Lippmann’s ‘pictures in our heads,’ en de door de mainstream-pers deels bewust deels onbewust gecreëerde kloof ‘between perception and reality.’ De invloedrijke media-ideoloog stelde dat de mens niet in staat is de werkelijkheid te bevatten, omdat hij ziet wat hij in feite wil zien:

For the most part we do not first see, and then define. We define first and then see. In the great blowing, buzzing confusion of the outer world we pick out what our culture has already defined for us, and we tend to perceive that which we have picked out in the form stereotyped for us by our culture.

Volgens Lippmann:

[w]e imagine most things before we experience them. And these preconceptions, unless education made us acutely aware, govern deeply the whole processof perception… They are aroused by smaal signs… Aroused, they flood fresh vision with older images and project into the world what has been resurrected in memory. 

Lippmann verklaarde dat dit de manier was waarop culturen onveranderlijk functioneren, namelijk ‘highly charged with the feelings that attached to them.’ Het repertoire van stereotypen is de lijm die mensen binnen een bepaalde groep aan elkaar bindt. Professor Stuart Ewen schrijft:

Lippmann’s discourse on the foundations of human knowledge led him in two directions at once. First, consistent with his democratic realism, it buttressed his repudiation of the ‘original dogma of democracy,’ an Enlightenment ideal that assumed people’s ability to comprehend rationally and act on their world. If people cannot accurately know their world, he inquired, how can they be expected to act wisely on it?

Met andere woorden, wanneer opiniemaker Bas Heijne vol lof spreekt over ‘een almaar rationelere ordening van de wereld, geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting, zoals die na de Tweede Wereldoorlog in West-Europa hun beslag kregen,’ dan bewijst hij alleen hoe weinig hij van zijn eigen cultuur heeft begrepen. Alleen al de kernwapen-strategie van de NAVO, getiteld ‘Mutual Assured Destruction,’ demonstreerde dat Heijne’s bewering over ‘een almaar rationelere ordening van de wereld,’ je reinste kletskoek is. Collectieve zelfmoord, georganiseerd en uitgevoerd door de politieke- en militaire elite, is geen rationeel fenomeen, en heeft niets met ‘de ideeën van de Verlichting’ te maken, maar alles met een primitieve doodsdrift. Nogmaals, in de virtuele werkelijkheid van de Bas Heijne’s in de mainstream-media gelden deze feiten niet. En op dit punt aangekomen is duidelijk dat Walter Lippmann’s volgende stelling volstrekt onjuist is gebleken. In het interbellum stelde hij dat ‘[t]hough it is itself an irrationaal forse, the power of public opinion might be placed at the disposal of those who stood for  workable law as against brute assertion.’ De werkelijkheid laat ons evenwel precies het tegenovergestelde zien. Juist de zogenaamde rationele elite, die zou staan voor het recht als bolwerk tegen ‘brute assertion,’ is buitengewoon irrationeel, trekt zich niets van het recht aan, en manifesteert zich als een meedogenloze ‘shock and awe’ macht, die vandaag de dag de belangrijkste bedreiging van de hele mensheid is geworden. Wanneer Heijne in een tirade tegen het ‘populisme’ stelt dat ‘het volk’ er vanuit gaat dat '[a]ls de wereld zich niet aan jouw verlangens aanpast, die wereld [moet] worden vernietigd,’ laat hij opnieuw zien niet te beseffen in welke wereld hij leeft, aangezien deze houding juist het kenmerk bij uitstek is van de huidige elite, van wie hij notabene een woordvoerder is. Even absurd is zijn beschuldiging dat nu ‘het volk’ zich op sleeptouw heeft laten nemen door onverantwoordelijke ‘populisten’ zowel het ‘publieke-’ als ‘ook het politieke debat inmiddels geheel in dienst [lijken] te staan van het vertolken van twee emoties: hoon en ontsteltenis.’ Welk ‘publieke-’ en/of ‘politieke debat’ is er geweest over bijvoorbeeld de kernwapenstrategie van de NAVO, of het almaar verder laten oprukken van NAVO-bases, zodat Rusland nu geheel omsingeld is? Bovendien, waarom is er nooit een ‘publiek-‘ of ‘politiek debat’ geweest over het voortbestaan van de NAVO, nadat het Warschau-Pact was ontbonden? Is het vraagstuk van oorlog en vrede zo onbelangrijk dat er geen discussie over gevoerd hoeft te worden? En wie heeft dat beslist? Het publiek? De politiek? Of het militair-industrieel complex? En waarom zwijgt opiniemaker Bas Heijne hierover? Waarom spreekt hij van de ‘op de idealen van de Verlichting gebaseerde wereldbeeld van Obama’? Tijdens diens ‘change we can believe in’ bewind werd beslist dat het gehele nucleaire arsenaal van de VS zou worden vernieuwd voor een geschat bedrag van één biljoen (1.000.000.000.000) dollar, om ervoor te zorgen dat het Amerikaans ‘exceptionalisme’ -- waarin Obama ‘with every fiber of my being’ zei te geloven -- kracht bijgezet kan worden. Het hele geloof in het Amerikaans exceptionalisme is gebaseerd op een levensgevaarlijk superioriteitsdogma, en zeker niet ‘op de idealen van de Verlichting.’ Waarom beseft Bas Heijne dit simpele feit niet? Hij heeft nota bene de P.C. Hoofdprijs 2017 gekregen. Stelt die prijs dan niets voor? En wat vertegenwoordigt de Nederlandse intelligentsia dat zij dit warhoofd onweersproken door laat modderen? De op ‘de idealen van de Verlichting gebaseerde wereldbeeld van Obama’? Onder het Obama-bewind berichtte de Britse krant The Guardian op dinsdag 10 november 2015 onder de kop ‘America's new, more “usable,” nuclear bomb in Europe,’ met betrekking tot de ‘B61 nuclear bomb,' waarvan '180 are stockpiled in Europe,' een zogeheten 'upgrade' krijgen 'which will make it more “usable” in the eyes of some in the American military. The $8 billion upgrade to the US B61 nuclear bomb has been widely condemned as an awful lot of money to spend on an obsolete weapon. As an old fashioned ‘dumb’ bomb it has no role in US or NATO nuclear doctrine, but the upgrade has gone ahead anyway, in large part as a result of lobbying by the nuclear weapons laboratories. 

In non-proliferation terms however the only thing worse than a useless bomb is a ‘usable’ bomb. Apart from the stratospheric price, the most controversial element of the B61 upgrade is the replacement of the existing rigid tail with one that has moving fins that will make the bomb smarter and allow it to be guided more accurately to a target. Furthermore, the yield can be adjusted before launch, according to the target…

Referring to the B61-12’s enhanced accuracy on a recent PBS Newshour television programme, the former head of US Strategic Command, General James Cartwright, made this striking remark:

‘If I can drive down the yield, drive down, therefore, the likelihood of fallout, etc, does that make it more usable in the eyes of some — some president or national security decision-making process? And the answer is, it likely could be more usable.’

In general, it is not a good thing to see the words ‘nuclear bomb’ and ‘usable’ anywhere near each other. Yet they seem to share space in the minds of some of America’s military leaders, as Hans Kristensen of the Federation of American Scientists, points out.’

Cartwright’s confirmation follows General Norton Schwartz, the former U.S. Air Force Chief of Staff, who in 2014 assessed that the increased accuracy would have implications for how the military thinks about using the B61. ‘Without a doubt. Improved accuracy and lower yield is a desired military capability. Without a question,’ he said.

The great thing about nuclear weapons was that their use was supposed to be unthinkable and they were therefore a deterrent to contemplation of a new world war. Once they become ‘thinkable’ we are in a different, and much more dangerous, universe.

It is a universe in which former vice president Dick Cheney has apparently lived for some time. The new biography of George H W Bush has served as a reminder that in the run-up to the first Gulf War, Cheney commissioned a Pentagon study to find out how many tactical nuclear weapons it would take to kill a division of Saddam Hussein’s Republican Guard. The answer was apparently 17.


Het spreekt voor zich dat de politieke en militaire leiding van de Russische Federatie niet lijdzaam afwacht tot een Amerikaanse opperbevelhebber in overleg met de militaire top een nucleair conflict begint. Vooral niet nu er openlijk in de VS wordt gesproken over 'new aerial bombs' waardoor 

putting them into service may considerably lower the threshold for the use of nuclear weapons. Instead of being a means of deterrence, such weapons are potentially becoming battlefield weapons, as was the case during the Cold War.

It is not by chance that in November 2014 former commander of the U.S. strategic command General James Cartwright said that as a result of modernization the B-61 bombs can become ‘more usable.’

Wederom, in Bas Heijne’s virtueel universum bestaat ‘objective reality’ niet. En dus kan hij de totale gekte propageren als ‘de idealen van de Verlichting.’ Zijn dwaasheden demonstreren hoe succesrijk de adviezen van Walter Lippmann zijn geweest. De Amerikaanse geleerde Stuart Ewen wijst er in dit verband op dat

[w]ith this model of cognitive engineering in mind, Lippmann’s most practical contribution to public relations thinking was his systematic approach to how media might be understood and exploited. It was not enough, for example, to see the press as the shaper of public opinion. Modern leadership required specialists who would formulate how the press itself would cover a given issue. ‘[P]ublic opinions must be organized for the press if they are to be sound, not by the press as is the case today.’ Political science was, for Lippmann, the science that would frame public opinions for the press. Its primary aim would be perceptions management.

En dit laatste is precies wat eveneens dr. Ruud van Dijk doet wanneer hij als docent Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen van de UVA in de Volkskrant verkondigt dat het ‘exceptionalisme een vast onderdeel [is] van de Amerikaanse identiteit’ en dat het antwoord op de vraag ‘[w]aarom toch Amerika?’ simpelweg ‘[i]n de eerste plaats’ is, ‘omdat de liberaal-democratische orde van onze tijd grotendeels op Amerikaanse initiatieven teruggaat. Amerika zit in het dna van het internationale systeem.’ 

Elke lezer die ook maar enigszins geschoold is in retorica en logica ziet ogenblikkelijk dat het Van Dijk’s retoriek ontbreekt aan logica. De grootheidswaan van het exceptionalisme kan natuurlijk nooit een rechtvaardiging zijn van de op grootscheeps geweld berustende ‘liberaal-democratische orde van onze tijd,’ die de kloof tussen arm en rijk, machtig en onmachtig, bewapend en ongewapend almaar vergroot. Van Dijk’s onwetenschappelijke, ideologische interpretatie van het begrip ‘orde’ is voor iemand die waarde hecht aan democratische normen en waarden een wanorde, omdat zij uiteindelijk voortvloeit uit het geloof in het recht van de sterkste. In zijn 353 pagina's tellende studie How Propaganda Works (2015) recapituleert de Amerikaanse hoogleraar filosofie aan de prestigieuze Yale University, Jason Stanley, zijn uiteenzetting als volgt:

In the previous chapters, I laid out the concept of ideology I favor. Using Max Weber, I argued that elites in civil society invariably acquire a flawed ideology to explain their possession of an unjust amount of the goods of society. The purpose of the flawed ideology is to provide an apparently factual (in the best case, apparently scientific) justification for the otherwise manifestly unjust distribution of society's goods. I then argued that, as a mechanism of social control, the elite seek to instill the ideology in the negatively privileged groups. By this route, the negatively privileged groups acquire the beliefs that justify the very structural features of their society that cause heir oppression. I then laid out some very general psychological and epistemological facts that make it plausible that such such efforts will be successful. 

The ideology of the elites is the flawed ideology that those those who possess more than they deserve tell themselves to justify their excessive control over the goods of the society into which hey are born…

In contemporary societies, one basis of the ideology of elites is the belief that the society into which they are born is meritocratic; this is a belief held particularly strongly by those born into wealth and privilege. But since it is quite obvious that in most societies the goods are divided unequally and not according to merit, a much more detailed structure of flawed ideological belief is required to explain how manifest injustices in the pattern of distribution of the goods of society can be present in the environment of someone who firmly believes in the meritocratic nature of the very system that quite obviously leads to the existence of those very injustices.

Stanley verwijst naar het boek The Power Elite (1956) van de baanbrekende Amerikaanse socioloog C. Wright Mills, die duidelijk maakte:

People with advantages are loath (verafschuwen. svh) to believe that they just happen to be people with advantages. They come readily to define themselves as inherently worthy of what they possess; they come to believe themselves 'naturally' elite; and, in fact, to imagine their possessions and their privileges as natural extensions of their own elite selves. In this sense, the idea of the elite as composed of men and women having a finer moral character is an ideology of the elite as a privileged ruling stratum, and this is true whether the ideology is elite-made or made up for it by others.

Professor Stanley herinnert de lezer eraan dat:

As in Ancient Greece, in twentieth-century Western democracies such as the United States, the system of education has been informed by the flawed ideological belief of the ideology of elites that education should fit each person to the task for which they are suited, along a continuum determined by he flawed distinction between intellectual and nonintellectual activity. In his paper 'Labor and Leisure,' John Dewey (bekende Amerikaanse filosoof, psycholoog en educational reformer. stierf in 1952. svh) bemoans that '[p]robably the most deep-seated antithesis which has shown itself in educational history is that between education in preparation for useful labor and education for a life of leisure.' Dewey continues: 

'The separation of liberal education from professional and industrial education goes back to the time of the Greeks, and was formulated expressly on the basis of a division of classes into those who had to labor for a living and those who were relieved of this necessity. The conception that liberal education, adapted to men in the latter class, is intrinsically higher than the servile training given to the former class reflected the fact that one class was free and the other servile in its social status.' 

Dewey argues that the division is based upon a confusion, but nevertheless '[t]he idea still prevails that a truly cultural or liberal education cannot have anything in common, directly at least, with industrial affairs, and that the education which is fit for the masses must be a useful or practical education in a sense which opposes useful and practical sense which opposes useful and practical to nurture of appreciation and liberation of thought.' Dewey was writing at the time of a complete restructuring of the US secondary school system. He was not making an abstract point, but rather commenting on how the concurrently occurring restructuring of the secondary school system was guided by a flawed ideological belief of the ideology of elites, namely, the view that one class, the labor class, was fit only for menial labor and destined for servility. 

The Stanford sociology professor Edward Alsworth Ross's book 'Social Control' published in 1901, is an extended argument for the use of the educational system as the ideal mechanism of elite social control. Ross argues that 'the Elite, or those distinguished by ideas and talent, are the natural leaders of society.' and when 'populations thicken, interests clash, and the difficult problems of mutual adjustment become pressing, it is foolish and dangerous not to follow the lead of superior men.' Ross stresses throughout the importance of an elite to spread its desires, tastes, and moral opinions.'

Ross's book contains a series of chapters on different mechanisms by which the elite can attain social control over the masses in a democracy. In chapter 14, Ross settles on education, noting 'the time-honored  policy of founding social order on a system of education.' Ross writes of fixing 'in the plastic child mind principles upon which, later, may be built a huge structure of practical consequence. Education, for Ross, is a means of "'breaking in'' the colt to the harness' (het breken van de wil van een veulen. svh). Ross argues that the most effective method of social control is a 'school education that is provided gratuitously (kosteloos. svh) for all children by some great social organ. 

The theme of Ross's book is elite domination by control of societal norms, with education as the main mechanism of social control. These have been persisting themes in liberal democratic states throughout the twentieth century. Whatever skepticism is brought to the claim that elites can instill their ideology in negatively privileged groups, it is clearly not a skepticism shared by those who self-identify as elites in liberal democracies. Ross was not a crank (dwaas. svh) working on the fringes of educational theory at the time. His views had a deep and lasting influence on American educational policy. 

Het zal duidelijk zijn dat docent Ruud van Dijk propaganda bedrijft voor de 'elites in liberal democracies,' wanneer hij in de Volkskrant van 19 december 2015 beweert dat de VS 'nog steeds de onmisbare natie' is. Zonder omwegen stelt Van Dijk in feite dat 'education' de 'main mechanism of social control' is. Nogmaals een fragment uit How Propaganda Works:

In 1909, in an address titled 'The Meaning of Liberal Education,' delivered to the High School Teachers Association, Woodrow Wilson, later to become the twenty-eighth president of the United States (en rector magnificus van Princeton University. svh), articulated a view of the purpose of education that reflected the influence of Ross's work and those of his cohort: 

'Let us go back and distinguish between the two things that we want to do; for we want to do two things in modern society. We want one class of persons to have a liberal education, and we want another class of persons, a very much larger class, of necessity, in every society, to forego (afzien. svh) the privileges of a liberal education and fit themselves to perform specific difficult manual tasks.' 

Volgens Van Dijk streeft het huidige neoliberale systeem van 'sociale controle' naar 'individuele vrijheden' en 'open samenlevingen.' Dat die 'vrijheden' beperkt blijven tot de 'elites,' zoals de latere, racistische, president Woodrow Wilson al meer dan een eeuw geleden bepleitte, is een feit dat de Amsterdamse ‘wetenschapper’ verzwijgt. Professor Jason Stanley:

Wilson's views of a 'liberal education' are part of the education as social control movement explicitly stated and defended by Ross in 'Social Control.' At its base is an ideology of elite superiority, including white male elite superiority. And as we have seen, the self-justification of American anti-liberal ideology is a presumed natural distention between the exercise of intelligence and the exercise of mere practical skill. There are a select few capable of intelligent decision making. All others must be trained in manual skills, together with a uniform story of American history. 

In zijn boek toont Stanley gedocumenteerd aan dat het huidige systeem is gebaseerd op een 'division into a small group of elites and a large group of followers.' De achterliggende ideologie wordt in verschillende bewoordingen gesteund door de Nederlandse 'politiek-literaire elite.'  Zo beweert Geert Mak dat Amerikaanse presidenten, onder wie Wilson, 'een begin van orde brachten in de mondiale politiek en economie.' Welke 'orde'? In zijn boek Woodrow Wilson and World Politics (1968) omschreef de Amerikaanse historicus Norman Gordon Levin de doelstellingen van de 'orde' van de 28ste president van de VS als de

attainment of a liberal capitalist world order under international law safe both from traditional imperialism and revolutionary socialism, within whose stable liberal confines a missionary America could find moral and economic pre-eminence.

Het fundamentele verschil tussen kritische Amerikaanse intellectuelen enerzijds en anderzijds het gesloten wereldje van de polderacademici is dat laatst genoemden lijden aan een opmerkelijk gebrek aan intellectuele integriteit. De gerenommeerde Ewen stelt in zijn Social History of Spin:

Developing ideas that would become twentieth-century public relations catechism, Lippmann cautioned that to govern the way that the press will cover an event, access to that event must be consciously restricted. ‘A group of men who can prevent independent access to the event’ are in a position to ‘arrange news of it to suit their purposes.’  He continued:

‘Without some form of censorship, propaganda in the strict sense of the word is impossible. In order to conduct a propaganda there must be some barrier between the public and the event. Access to the real environment must be limited, before anyone can create a pseudo-environment that he thinks is wise and desirable,’

een advies van de joodse Lippmann dat de opkomende nazi-partij in Duitsland dankbaar in de praktijk bracht. Zodra de intelligentsia de macht dient, graaft zij haar eigen graf. Wanneer de ‘politiek-literaire elite’ op ‘het volk’ neerkijkt, omdat het geen vertrouwen meer heeft in een uitgeholde democratie, dan bewijst die zelfgenoegzame ‘elite’ dat ook zij overbodig is geworden. Haar enige taak is niet om groepen te criminaliseren maar om ze te begrijpen, zodat de mens de ‘waarheid’ zo dicht mogelijk kan benaderen. 

Typerend is dat het werk van Amerikaanse media-ideologen intensief werd bestudeerd door de nazi-leiders, onder wie de minister van Volksvoorlichting en Propaganda Joseph Goebbels die in zijn werkkamer een exemplaar had van Edward Bernays’ standaardwerk Propaganda (1928). Elk totalitair systeem, zoals het Duitse nationaal socialisme, het Italiaanse fascisme, het Sovjet-communisme en het Amerikaanse neoliberale kapitalisme, kan niet zonder propaganda functioneren. Het gevaar is momenteel dat de huidige neoliberale propaganda de weg vrijmaakt voor een nucleair armageddon. Zo berichtte vrijdag 11 maart 2016 de Russische online nieuwswebsite Pravda onder de kop ‘Russia to show tough response to USA's new nuclear bombs in Europe’ het volgende:

Passing new US-made air bombs into service will lower the threshold for the use of nuclear weapons, director of the department for non-proliferation and control of arms at the Russian Foreign Ministry, Mikhail Ulyanov, told the Kommersant newspaper.  

According to the Russian diplomat, US officials regularly point out that the new higher accuracy version of the B61 bomb, will be less destructive.

Ulyanov said that the modernization of the American bomb raises ‘serious doubts’ as the bombs have been moved from the category of deterrent weapons to combat weapons.

‘In fact, the state of affairs is not that rosy. The analysis of the performance of the new bombs suggests that their passing into service may significantly lower the threshold of using nuclear weapons. Such weapons potentially become a weapon of the battlefield as it was during the Cold War,’ RIA Novosti (Russisch persbureau. svh) quoted Ulyanov as saying. 

‘In the military sphere, as a rule, every action is a reaction. I am sure that Russia will show adequate response to passing the new American bombs into service, and the parameters of this response will be determined on the basis of all circumstances,’ said the diplomat.

In accordance with the updated nuclear doctrine of 2010, the US modernizes its nuclear bombs in Europe, Ulyanov said. The Americans plan to build version V61-12 based on four existing variants of the B61 bomb. The new product will have improved accuracy and would be suitable for the use at both strategic and tactical aircraft. The new bomb are to enter service in 2020. 

According to the Russian Foreign Ministry representative, the US is trying to create an impression that ‘there is nothing extraordinary about this.’


Dinsdag 31 mei 2016 verscheen de volgende ernstige waarschuwing:

We, the undersigned, are Russians living and working in the USA. We have been watching with increasing anxiety as the current US and NATO policies have set us on an extremely dangerous collision course with the Russian Federation, as well as with China. Many respected, patriotic Americans, such as Paul Craig Roberts, Stephen Cohen, Philip Giraldi, Ray McGovern and many others have been issuing warnings of a looming a Third World War. But their voices have been all but lost among the din of a mass media that is full of deceptive and inaccurate stories that characterize the Russian economy as being in shambles and the Russian military as weak—all based on no evidence. But we—knowing both Russian history and the current state of Russian society and the Russian military, cannot swallow these lies. We now feel that it is our duty, as Russians living in the US, to warn the American people that they are being lied to, and to tell them the truth. And the truth is simply this:

If there is going to be a war with Russia, then the United States 
will most certainly be destroyed, and most of us will end up dead.

Let us take a step back and put what is happening in a historical context. Russia has suffered a great deal at the hands of foreign invaders, losing 22 million people in World War II. Most of the dead were civilians, because the country was invaded, and the Russians have vowed to never let such a disaster happen again. Each time Russia had been invaded, she emerged victorious. In 1812 Napoleon invaded Russia; in 1814 Russian cavalry rode into Paris. On June 22, 1941, Hitler’s Luftwaffe bombed Kiev; On May 8, 1945, Soviet troops rolled into Berlin.

But times have changed since then. If Hitler were to attack Russia today, he would be dead 20 to 30 minutes later, his bunker reduced to glowing rubble by a strike from a Kalibr supersonic cruise missile launched from a small Russian navy ship somewhere in the Baltic Sea. The operational abilities of the new Russian military have been most persuasively demonstrated during the recent action against ISIS, Al Nusra and other foreign-funded terrorist groups operating in Syria. A long time ago Russia had to respond to provocations by fighting land battles on her own territory, then launching a counter-invasion; but this is no longer necessary. Russia’s new weapons make retaliation instant, undetectable, unstoppable and perfectly lethal.

Thus, if tomorrow a war were to break out between the US and Russia, it is guaranteed that the US would be obliterated. At a minimum, there would no longer be an electric grid, no internet, no oil and gas pipelines, no interstate highway system, no air transportation or GPS-based navigation. Financial centers would lie in ruins. Government at every level would cease to function. US armed forces, stationed all around the globe, would no longer be resupplied. At a maximum, the entire landmass of the US would be covered by a layer of radioactive ash. We tell you this not to be alarmist, but because, based on everything we know, we are ourselves alarmed. If attacked, Russia will not back down; she will retaliate, and she will utterly annihilate the United States.

The US leadership has done everything it could to push the situation to the brink of disaster. First, its anti-Russian policies have convinced the Russian leadership that making concessions or negotiating with the West is futile. It has become apparent that the West will always support any individual, movement or government that is anti-Russian, be it tax-cheating Russian oligarchs, convicted Ukrainian war criminals, Saudi-supported Wahhabi terrorists in Chechnya or cathedral-desecrating punks in Moscow. Now that NATO, in violation of its previous promises, has expanded right up to the Russian border, with US forces deployed in the Baltic states, within artillery range of St. Petersburg, Russia’s second-largest city, the Russians have nowhere left to retreat. They will not attack; nor will they back down or surrender. The Russian leadership enjoys over 80% of popular support; the remaining 20% seems to feel that it is being too soft in opposing Western encroachment. But Russia will retaliate, and a provocation or a simple mistake could trigger a sequence of events that will end with millions of Americans dead and the US in ruins.

Unlike many Americans, who see war as an exciting, victorious foreign adventure, the Russians hate and fear war. But they are also ready for it, and they have been preparing for war for several years now. Their preparations have been most effective. Unlike the US, which squanders untold billions on dubious overpriced arms programs such as the F-35 joint task fighter, the Russians are extremely stingy with their defense rubles, getting as much as 10 times the bang for the buck compared to the bloated US defense industry. While it is true that the Russian economy has suffered from low energy prices, it is far from being in shambles, and a return to growth is expected as early as next year. Senator John McCain once called Russia ‘A gas station masquerading as a country.’ Well, he lied. Yes, Russia is the world’s largest oil producer and second-largest oil exporter, but it is also world’s largest exporter of grain and nuclear power technology. It is as advanced and sophisticated a society as the United States. Russia’s armed forces, both conventional and nuclear, are now ready to fight, and they are more than a match for the US and NATO, especially if a war erupts anywhere near the Russian border.

But such a fight would be suicidal for all sides. We strongly believe that a conventional war in Europe runs a strong chance of turning nuclear very rapidly, and that any US/NATO nuclear strike on Russian forces or territory will automatically trigger a retaliatory Russian nuclear strike on the continental US. Contrary to irresponsible statements made by some American propagandists, American antiballistic missile systems are incapable of shielding the American people from a Russian nuclear strike. Russia has the means to strike at targets in the USA with long-range nuclear as well as conventional weapons.

The sole reason why the USA and Russia have found themselves on a collision course, instead of defusing tensions and cooperating on a wide range of international problems, is the stubborn refusal by the US leadership to accept Russia as an equal partner: Washington is dead set on being the ‘world leader’ and the ‘indispensable nation,’ even as its influence steadily dwindles in the wake of a string of foreign policy and military disasters such as Iraq, Afghanistan, Libya, Syria, Yemen and the Ukraine. Continued American global leadership is something that neither Russia, nor China, nor most of the other countries are willing to accept. This gradual but apparent loss of power and influence has caused the US leadership to become hysterical; and it is but a small step from hysterical to suicidal. America’s political leaders need to be placed under suicide watch.

First and foremost, we are appealing to the commanders of the US Armed Forces to follow the example of Admiral William Fallon, who, when asked about a war with Iran, reportedly replied ‘not on my watch.’ We know that you are not suicidal, and that you do not wish to die for the sake of out-of-touch imperial hubris. If possible, please tell your staff, colleagues and, especially, your civilian superiors that a war with Russia will not happen on your watch. At the very least, take that pledge yourselves, and, should the day ever come when the suicidal order is issued, refuse to execute it on the grounds that it is criminal. Remember that according to the Nuremberg Tribunal ‘To initiate a war of aggression… is not only an international crime; it is the supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole.’ Since Nuremberg, ‘I was just following orders’ is no longer a valid defense; please don’t be war criminals.

We also appeal to the American people to take peaceful but forceful action to oppose any politician or party that engages in irresponsible, provocative Russia-baiting, and that condones and supports a policy of needless confrontation with a nuclear superpower that is capable of destroying America in about an hour. Speak up, break through the barrier of mass media propaganda, and make your fellow Americans aware of the immense danger of a confrontation between Russia and the US.

There is no objective reason why US and Russia should consider each other adversaries. The current confrontation is entirely the result of the extremist views of the neoconservative cult, whose members were allowed to infiltrate the US Federal government under President Bill Clinton, and who consider any country that refuses to obey their dictates as an enemy to be crushed. Thanks to their tireless efforts, over a million innocent people have already died in the former Yugoslavia, in Afghanistan, in Iraq, Libya, Syria, Pakistan, the Ukraine, Yemen, Somalia and in many other countries—all because of their maniacal insistence that the USA must be a world empire, not a just a regular, normal country, and that every national leader must either bow down before them, or be overthrown. In Russia, this irresistible force has finally encountered an immovable object. They must be forced to back down before they destroy us all.

We are absolutely and categorically certain that Russia will never attack the US, nor any EU member state, that Russia is not at all interested in recreating the USSR, and that there is no ‘Russian threat’ or ‘Russian aggression.’ Much of Russia’s recent economic success has a lot to do with the shedding of former Soviet dependencies, allowing her to pursue a ‘Russia first’ policy. But we are just as certain that if Russia is attacked, or even threatened with attack, she will not back down, and that the Russian leadership will not ‘blink.’ With great sadness and a heavy heart they will do their sworn duty and unleash a nuclear barrage from which the United States will never recover. Even if the entire Russian leadership is killed in a first strike, the so-called ‘Dead Hand’ (the ‘Perimetr”’system) will automatically launch enough nukes to wipe the USA off the political map. We feel that it is our duty to do all we can to prevent such a catastrophe.
Evgenia Gurevich, Ph.D.
http://thesaker.ru

Victor Katsap, PhD, Sr. Scientist
NuFlare Technology America, Inc.

Andrei Kozhev

Serge Lubomudrov

Dmitry Orlov
http://cluborlov.blogspot.com

The Saker (A. Raevsky)

Ook vooraanstaande Amerikaanse intellectuelen waarschuwen voor een nucleair conflict. Eén van hen is Paul Craig Roberts, onder president Reagan ‘the United States Assistant Secretary of the Treasury for Economic Policy,’ een goed geïnformeerde bron, die van binnen uit weet hoe extremistisch Amerikaanse beleidsbepalers kunnen denken, en die 

was awarded the US Treasury’s Meritorious Service Award for ‘outstanding contributions to the formulation of United States economic policy.’

In 1987 the French government recognized him as ‘the artisan of a renewal in economic science and policy after half a century of state interventionism’; it inducted him into the Legion of Honor on March 20, 1987. The French Minister of Economics and Finance, Edouard Balladur, came to the US from France to present the medal to Roberts. President Reagan sent OMB Director Jim Miller to the ceremony with a letter of congratulation.

In 1992, Roberts received the Warren Brookes Award for Excellence in Journalism from the free-market American Legislative Exchange Council (ALEC). In 1993 the Forbes Media Guide ranked him as one of the top seven journalists in the United States.

In 2015, the Mexican Press Club awarded Dr. Roberts its International Award For Excellence In Journalism in recognition of his lifelong commitment to truth and unbiased-reporting in exposing the inner workings of the global economic power-structure.


Kortom, in tegenstelling tot de opiniemakers en de andere praatjesmakers van de polderpers, is Paul Craig Roberts een autoriteit die uit ervaring weet waarover hij het heeft. Vrijdag 5 mei 2017 schreef hij onder de kop ‘Sauron Rules in Washington’ het volgende:

‘The problem is that the world has listened to Americans for far too bloody long.’  — Dr. Julian Osborne, from the 2000 film version of Nevil Shute’s 1957 book, On the Beach 

A reader asked why neoconservatives push toward nuclear war when there can be no winners. If all die, what is the point? 

The answer is that the neoconservatives believe that the US can win at minimum and perhaps zero damage. 

Their insane plan is as follows: Washington will ring Russia and China with anti-ballistic missile bases in order to provide a shield against a retaliatory strike from Russia and China. Moreover, these US anti-ABM bases also can deploy nuclear attack missiles unknown to Russia and China, thus reducing the warning time to five minutes, leaving Washington’s victims little or no time in which to make a decision.

The neoconservatives think that Washington’s first strike will so badly damage the Russian and Chinese retaliatory capabilities that both governments will surrender rather than launch a response. The Russian and Chinese leaderships would conclude that their diminished forces leave little chance that many of their ICBMs will be able to get past Washington’s ABM shield, leaving the US largely intact. A feeble retaliation by Russia and China would simply invite a second wave US nuclear attack that would obliterate Russian and Chinese cities, killing millions and leaving both countries in ruins.

In short, the American warmongers are betting that the Russian and Chinese leaderships would submit rather than risk total destruction.

There is no question that neoconservatives are sufficiently evil to launch a preemptive nuclear attack, but possibly the plan aims to put Russia and China into a situation in which their leaders conclude that the deck is stacked against them and, therefore, they must accept Washington’s hegemony…

The neoconservative plan puts Europe, the UK, Japan, S. Korea, and Australia at high risk were Russia and China to retaliate. Washington’s ABM shield cannot protect Europe from Russia’s nuclear cruise missiles or from the Russian Air Force, so Europe would cease to exist. China’s response would hit Japan, S. Korea, and Australia.

The Russian hope and that of all sane people is that Washington’s vassals will understand that it is they that are at risk, a risk from which they have nothing to gain and everything to lose, repudiate their vassalage to Washington and remove the US bases. It must be clear to European politicians that they are being dragged into conflict with Russia. This week the NATO commander told the US Congress that he needed funding for a larger military presence in Europe in order to counter ‘a resurgent Russia.’

Let us examine what is meant by ‘a resurgent Russia.’ It means a Russia that is strong and confident enough to defend its interests and those of its allies. In other words, Russia was able to block Obama’s planned invasion of Syria and bombing of Iran and to enable the Syrian armed forces to defeat the ISIS force sent by Obama and Hillary to overthrow Assad.

Russia is ‘resurgent’ because Russia is able to block US unilateral actions against some other countries.

This capability flies in the face of the neoconservative Wolfowitz doctrine, which says that the principal goal of US foreign policy is to prevent the rise of any country that can serve as a check on Washington’s unilateral action. 

While the neocons were absorbed in their ‘cakewalk’ wars that have now lasted 16 years, Russia and China emerged as checks on the unilateralism that Washington had enjoyed since the collapse of the Soviet Union. What Washington is trying to do is to recapture its ability to act worldwide without any constraint from any other country. This requires Russia and China to stand down.

Are Russia and China going to stand down? It is possible, but I would not bet the life of the planet on it. Both governments have a moral conscience that is totally missing in Washington. Neither government is intimidated by the Western propaganda. Russian Foreign Minister Lavrov said yesterday that we hear endless hysterical charges against Russia, but the charges are always vacant of any evidence.

Conceivably, Russia and China could sacrifice their sovereignty for the sake of life on earth. But this same moral conscience will propel them to oppose the evil that is Washington in order not to succumb to evil themselves. Therefore, I think that the evil that rules in Washington is leading the United States and its vassal states to total destruction. 

Desondanks beweert met onverwoestbare stelligheid de tot ‘de beste in zijn vak’ uitgeroepen opinie-fabrikant Bas Heijne, als outsider in een piepklein land, dat de VS ‘in alle opzichten superieur’ is vergeleken met ‘een economisch derderangs wereldmacht’ als Rusland. Let wel, ‘in alle opzichten’! Dit is natuurlijk lachwekkende propaganda, maar wanneer deze nonsens lang genoeg en vaak genoeg wordt herhaald zijn er altijd onzekere mensen die erin gaan geloven, en juist op hen richt de propaganda zich van ‘onze’ Bas, die volgens de polder-incrowd ‘de lat hoog legt.’ Maar omdat in een laag land met een platte cultuur ‘de lat’ al snel heel ‘hoog’ lijkt te liggen, blijft het intellectuele niveau navenant laag. Heijne bedrijft domweg propaganda, om zijn opdrachtgevers en zijn publiek te behagen. Om dit toe te lichten zal ik dit keer een vrij willekeurig gekozen Amerikaanse hoogleraar ‘Medicine, Liberal Arts, and Philanthropy,’ aan het woord laten, te weten, Richard Gunderman, docerend aan de Universiteit van Indiana. Onder de kop ‘The manipulation of the American mind: Edward Bernays and the birth of public relations,’ zette hij op 9 juli 2015 het volgende uiteen:

While no single person can claim exclusive credit for the ascendancy of advertising in American life, no one deserves credit more than a man most of us have never heard of: Edward Bernays.

I first encountered Bernays through an article I was writing on propaganda, and it quickly became clear that he was one of the 20th century’s foremost salesmen of ideas. The fact that 20 years have elapsed since his death provides a fitting opportunity to reexamine his legacy.

Bernays pioneered public relations

Often referred to as ‘the father of public relations,’ Bernays in 1928 published his seminal work, Propaganda, in which he argued that public relations is not a gimmick but a necessity:

‘The conscious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses is an important element in democratic society. Those who manipulate this unseen mechanism of society constitute an invisible government which is the true ruling power of our country. We are governed, our minds are molded, our tastes formed, and our ideas suggested, largely by men we have never heard of… It is they who pull the wires that control the public mind.’

Bernays came by his beliefs honestly. Born in Austria in 1891, the year Sigmund Freud published one of his earliest papers, Bernays was also Freud’s nephew twice over. His mother was Freud’s sister Anna, and his father, Ely Bernays, was the brother of Freud’s wife Martha.

The year after his birth, the Bernays family moved to New York, and Bernays later graduated from Cornell with a degree in agriculture. But instead of farming, he chose a career in journalism, eventually helping the Woodrow Wilson Administration promote the idea that US efforts in World War I were intended to bring democracy to Europe.

Bernays rebrands ‘propaganda’

Having seen how effective propaganda could be during war, Bernays wondered whether it might prove equally useful during peacetime.

Yet propaganda had acquired a somewhat pejorative connotation (which would be further magnified during World War II), so Bernays promoted the term ‘public relations.’

Drawing on the insights of his Uncle Sigmund — a relationship Bernays was always quick to mention – he developed an approach he dubbed ‘the engineering of consent.’ He provided leaders the means to ‘control and regiment the masses according to our will without their knowing about it.’ To do so, it was necessary to appeal not to the rational part of the mind, but the unconscious.

Bernays acquired an impressive list of clients, ranging from manufacturers such as General Electric, Procter & Gamble, and the American Tobacco Company, to media outlets like CBS and even politicians such as Calvin Coolidge. To counteract President Coolidge’s stiff image, Bernays organized “pancake breakfasts” and White House concerts with Al Jolson and other Broadway performers. With Bernays’ help, Coolidge won the 1924 election.

Bernays’ publicity campaigns were the stuff of legend. To overcome ‘sales resistance’ to cigarette smoking among women, Bernays staged a demonstration at the 1929 Easter parade, having fashionable young women flaunt their ‘torches of freedom.’

He promoted Lucky Strikes by convincing women that the forest green hue of the cigarette pack was among the most fashionable of colors. The success of this effort was manifested in innumerable window displays and fashion shows.

In the 1930s, he promoted cigarettes as both soothing to the throat and slimming to the waistline. But at home, Bernays was attempting to persuade his wife to kick the habit. When would find a pack of her Parliaments in their home, he would snap every one of them in half and throw them in the toilet. While promoting cigarettes as soothing and slimming, Bernays, it seems, was aware of some of the early studies linking smoking to cancer.

Bernays used the same techniques on children. To convince kids that bathing could be fun, he sponsored soap sculpture competitions and floating contests. These were designed to prove that Ivory bars were more buoyant than competing products.

Bernays also used fear to sell products. For Dixie cups, Bernays launched a campaign to scare people into thinking that only disposable cups were sanitary. As part of this campaign, he founded the Committee for the Study and Promotion of the Sanitary Dispensing of Food and Drink.

Bernays’ ideas sold a lot more than cigarettes and Dixie cups (kartonnen bekers. svh)

Even though Bernays saw the power of propaganda during war and used it to sell products during peacetime, he couldn’t have imagined that his writings on public relations would become a tool of the Third Reich.

In the 1920s, Joseph Goebbels became an avid admirer of Bernays and his writings – despite the fact that Bernays was a Jew. When Goebbels became the minister of propaganda for the Third Reich, he sought to exploit Bernays’ ideas to the fullest extent possible. For example, he created a ‘Führer cult’ around Adolph Hitler.

Bernays learned that the Nazis were using his work in 1933, from a foreign correspondent for Hearst newspapers. He later recounted in his 1965 autobiography:

‘They were using my books as the basis for a destructive campaign against the Jews of Germany. This shocked me, but I knew any human activity can be used for social purposes or misused for antisocial ones.’

What Bernays’ writings furnish is not a principle or tradition by which to evaluate the appropriateness of propaganda, but simply a means for shaping public opinion for any purpose whatsoever, whether beneficial to human beings or not.

This observation led Supreme Court Justice Felix Frankfurter to warn President Franklin Roosevelt against allowing Bernays to play a leadership role in World War II, describing him and his colleagues as ‘professional poisoners of the public mind, exploiters of foolishness, fanaticism, and self-interest.’

Today we might call what Bernays pioneered a form of branding, but at its core it represents little more than a particularly brazen set of techniques to manipulate people to get them to do your bidding.

Its underlying purpose, in large part, is to make money. By convincing people that they want something they do not need, Bernays sought to turn citizens and neighbors into consumers who use their purchasing power to propel themselves down the road to happiness.

Without a moral compass, however, such a transformation promotes a patronizing and ultimately cynical view of human nature and human possibilities, one as likely to destroy lives as to build them up.


Precies hetzelfde gaat op voor poseurs als Bas Heijne, wiens onderliggende drijfveer is het bevredigen van zijn onverzadigbaar narcisme. Hij en de zijnen blijven bereid om als een klein, maar onmisbaar schakeltje te collaboreren in een vergeefse poging een failliet systeem te rechtvaardigen. Nog steeds meent Heijne dat de falende elite beschermd moet worden tegen ‘het volk’ en zijn ‘populisten.’ En opnieuw zijn ‘we’ terug bij Walter Lippmann die er vanuit ging dat de doorsnee mens doorgaans niet in staat was om rationeel te reageren op hun wereld. Daarom moest de elite, gebruik makend van opiniemakers, een virtuele wereld creëren, want ‘[a]ction cannot be taken until these opinions have been factored down, canalized, compressed and made uniform.’ Professor Ewen stelt in zijn studie dat:

[i]n its adamant (onverbiddellijke. svh) argument that human beings are essentially irrational, social psychology had provided Lippmann — and many others — with a handy rationale for a small, intellectual elite to rule over society. Yet a close reading of Lippmann’s argument suggests that he was concerned less with the irrational core of human behavior than he was with the problem of making rule by elites, in a democratic age, less difficult.

En juist deze fundamenteel ondemocratische leerstelling heeft er toe geleid dat de even irrationele ‘elite’ nu de alleenheerschappij heeft verworven, en de grootste bedreiging vormt voor het voortbestaan van de mensheid. Hoe het nu verder moet weet niemand, en ondertussen worden dwazen als de journalist Bas Heijne, gelauwerd met de P.C. Hoofdprijs 2017. In een interview met zijn eigen krant vertelt hij de auteur Frans Kellendonk te bewonderen, omdat hij ‘dé schrijver [was] van zijn generatie, en een heel mooie jongen.’ Het wonderlijke is dat Heijne niet heeft begrepen wat Kellendonk bedoelde toen hij al in 1986 waarschuwde voor de virtuele werkelijkheid die de journalistiek schept. Kellendonk wees erop dat

[h]et realisme een weerspiegeling van de werkelijkheid [veinst] te zijn, maar stiekem gaat het afbeelden precies andersom: aan de werkelijkheid wordt door het realisme een beeld opgedrongen.

Dat is des te gevaarlijker omdat dit vertekend 'realisme,' aldus Kellendonk 'oppermachtig heerst' in 'de journalistiek. Die geeft zich zonder voorbehoud uit voor naakte werkelijkheid,’ maar ‘[n]iets is zo levend, of deze geestdodende vervreemdingsmachine weet het onverwijld op maat te snijden.’ Heijne is het vlees geworden voorbeeld hiervan. Dus wat bewonderde hij nu in Kellendonk? Iemand zou het hem eens moeten vragen.


Het tragische van een poseur is dat hij uiteindelijk in zijn rol gaat geloven. Het tragische voor de mens is dat hij in poseurs gaat geloven. 






3 opmerkingen:

  1. Beste Stan,
    ik ben je artikel nog aan het lezen... 30 A4 pagina's, uitgeprint.
    Kleine opmerking: De blog Moon of Alabama wordt geschreven door ene 'b'.
    Ik ben er vrij zeker van dat hij in Duitsland woont en een Duitser is.
    Dat herinner ik me opgemaakt te hebben uit zijn blog. Ik meen dat hij Bernhard heet.
    De man is vooral over Syrië een indrukwekkende bron.

    Groet, J V

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Vandaag in de Volkskrant: "de miljardair" Trump is een "opschepper" die "supergeheime informatie ... zo knullig deelde" in "een van zijn bizarste gesprekken"
    en
    "Ronald Reagan, een van de meest gewaardeerde presidenten"

    BeantwoordenVerwijderen